REISVERSLAG ROEMENIË-
Na weer heel veel voorbereidingen in het voorjaar om onze reis en het transport mogelijk te maken was het al weer snel eind mei, de vrijdag na Hemelvaartsdag en dus traditioneel in het voorjaar de vertrekdag voor onze voorjaarsreis naar Roemenië.
Het plannen van onze reis was niet zo heel moeilijk, we weten immers al 15 jaar dat we tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren naar Roemenië reizen, maar het plannen van het grote transport waarbij een trailer vol goederen wordt verzonden, vereist wat meer planning. Zo moet er een truck beschikbaar zijn, een oplegger, de vergunningen moeten aangevraagd worden alsmede de douanepapieren, de ladingslijsten moeten gemaakt worden etc. etc. Genoeg werk dus en dat kun je niet op het laatste moment doen. Maar natuurlijk moet je ook (vrijwillige) chauffeurs hebben die willen rijden. Deze reis wilden Edwin v.d.Belt en Henrico den Butter wel voor ons rijden en de firma Baan stelde een truck beschikbaar terwijl de firma Pultrum de trailer beschikbaar stelde. Grote klasse en nogmaals bedankt !!
Maar het paste niet in ons gezamenlijke schema om gelijktijdig in Roemenië te zijn dus moest dat dan maar afzonderlijk van elkaar gebeuren. Op zich geen nood, ieder nadeel heeft z’n voordeel wordt gezegd en dat was hier ook het geval.
Onze eigen reis maakten we weer eens in de “oude vertrouwde” bezetting en dus met z’n vieren: Jan Bakker, Hans Bouman, Derk Pas en Herman Zonnebelt. Mooi dat “oons “ Derk ook weer mee kon. Na een ongeluk met de motor brak Derk zijn been lelijk en moest hij lange tijd op bed liggen en na die tijd lopen met krukken en zo. Maar nu was Derk weer zo ver dat hij wel mee kon.
Uit oogpunt van kostenbesparing en omdat we zelf niet zo heel veel mee wilden nemen,
hadden we besloten om samen in 1 grote bestelbus te gaan en daar een aanhangwagen
achter te koppelen. Ik schrijf: een aanhangwagen, maar eigenlijk moet ik schrijven:
onze aanhangwagen. Omdat we steeds vaker en meer goederen moeten halen bij diverse
adressen en we eigenlijk een eigen aanhangwagen nodig waren, is besloten een eigen
aanhanger aan te schaffen. Herman wist bij een ons goedgezinde relatie een mooie
grote, weliswaar enkel-
Deze aanhanger ging dus voor de eerste reis met ons mee en kwam achter de ruime Mercedes Sprinter bestelbus van de fa. Voortman Staalbouw uit Rijssen, die opnieuw een bus voor ons ter beschikking stelde.
Op vrijdagavond net na het eten verzamelen de reizigers zich met een groot deel van
de gezinnen en familie bij Hans thuis aan de Lindenlaan. We drinken samen nog een
kop koffie, spreken nog wat zaken door en dan is het tijd geworden om op pad te gaan.
Uitgezwaaid door de achterblijvers verlaten we de Lindenlaan en binnen enkele minuten
zitten we op de autobaan A-
Onderweg lopen we tegen een klein technisch probleem: we hebben kennelijk teveel elektrische apparatuur aangesloten want de stekkers van de koelkast beginnen te smelten. Derk weet de zaak vooreerst te repareren en als we een eindje verderop bij een tankstation de juiste en wat zwaarder gezekerde stekker kopen, is dat probleem opgelost en kunnen we blijven genieten van gekoelde drankjes etc.
De reis verloopt verder prima, om beurten rijdt een van ons en dan kunnen de anderen
even de oogjes dicht laten zakken en zo rond het middaguur arriveren we in de Frangepan-
We brengen daarna onze persoonlijke spullen naar de slaapkamers en springen even onder de douche om daarna lekker opgefrist van een kleine maaltijd te genieten.
De rest van de middag gebruiken we om de auto wat op te ruimen en ook wordt hier een deel van de lading uit de aanhanger gelost. We hebben een prima vaatwasmachine gekregen ( van het merk waarvan geen betere is…), maar om die nou in Roemenië ergens te plaatsen……… dat lijkt ons wat teveel van het goede. We willen best de mensen in Roemenië helpen en dan doen we ook al jaren, maar om nu vaatwassers daar te brengen…….. dan zijn er nog wel andere, meer noodzakelijke dingen. Overigens is nog lang niet in ieder dorp waar wij komen waterleiding, ………… In overleg met degene die ons de machine schonk wordt deze nu ter beschikking gesteld van de kerk in Budapest, waar nogal eens vergaderingen zijn en dus nogal wat vaatwerk schoongemaakt moet worden. Katalin is erg blij met de machine, dat scheelt heel wat werk.
Omdat we dit jaar een klein soort jubileum hebben ( 15 jaar aaneengesloten komen we naar Roemenië en overnachten altijd hier in Budapest) is er best wel een reden om op een etentje te trakteren. Joszef heeft een restaurant uitgezocht waar je de sfeer van vroeger proeft maar ook heerlijk eten.
De sfeer in het restaurant is inderdaad middeleeuws, maar dat geldt niet voor het eten en drinken. Een goed glas bier uit een pul van een liter inhoud, waarna de soep geserveerd wordt op een wijze die we nog niet eerder hadden gezien: je krijgt voor je op tafel een rond brood neergezet, ter grootte van een volleybal, waarvan de bovenkant als een soort deksel afgesneden is. Het binnenste deel van het brood is er uit weggesneden en daarin is de soep gegoten, waarna “het deksel” er weer op gaat. Heel apart maar ook prima soepie ! En denkt u nou niet dat het niet echt was: jazeker, het was gewoon heel echt brood. Komt niet zo vaak voor dat je het deksel van de soeppan opeet ……
Daarna komt de kok met een serveerster ( overigens niet uit de Middeleeuwen…) met een grote plank, aan weerszijden voorzien van draagstokken met op de plank een heel scala aan soorten vlees, vis, groenten en aardappelen en rijst. Het leek wel op ze met een brancard aan kwamen zetten ! Maar lekker !!
Na deze bijzondere ervaring verlaten we voldaan over het eten en ook voldaan over de prijs (zeker voor onze begrippen zeer redelijk) en we keren terug naar de pastorie. Het loopt al tegen elven en we vinden het niet verkeerd om een paar uurtjes “ de oogleden aan de binnenkant te bestuderen”.
De volgende morgen staan we mooi op tijd op en even later genieten we van een prima ontbijt. Daarna gaan we samen naar de kerk, waar Joszef de dienst leidt en het thema in verband met moederdag gaat over het eren van je vader en je moeder. We verstaan er weinig tot niets van, maar de essentie is ons wel duidelijk.
Na de kerkdienst ontmoeten we natuurlijk weer vrij veel oude bekenden en we maken dus met deze en gene een praatje. We krijgen van een oudere mevrouw als teken van respect voor ons werk alle vier een mooie bloem, die we op een vaas op onze slaapkamers zetten, in de hoop dat ze het overleven tot we terug zijn. Toch een heel leuk gebaar.
Na het middageten gaan we even lekker luieren in de tuin, lekker wat kletsen over van alles en nog wat om in de loop van de avond nog maar weer eens aan tafel te schuiven voor nog een fijne maaltijd. Daarna zoeken we zo langzamerhand ons bed op en even later is weer een monotoon geronk hoorbaar in Budapest, slechts af en toe onderbroken door een rustig moment: die Holländer Schlafeknaben hebben weer een concert……
De volgende morgen zijn staan we om 5 uur op en na beurtelings een fijne douche (onder het motto: nu kan het nog) en een dito ontbijt brengen we onze persoonlijke spullen naar de bus en laden dat in. Na controle van oliepeil etc. koppelen we onze aanhanger af en laten deze achter in de ruime tuin van de pastorie, afgesloten met een prima slot en ’s nachts onder “bewaking” van de hond van de familie Szloboda, een soort herdershond dus. We weten dan nog niet wat ons nog boven het hoofd hangt met de aanhangwagen waarop we zo trots zijn……
We besluiten de autobaan zover mogelijk te volgen richting Miskolc en ter hoogte van Debrecen af te slaan om die stad door de rijden en dan is het nog maar een ruim half uur tot de Roemeense grens.. De autobaan “naar boven”is al weer een stuk verder klaar en dat schiet dus lekker op, maar als we de afslag Debrecen hebben genomen blijkt dat de afvoerweg nog lang niet klaar is. Dit geeft veel oponthoud, maar ja, we kunnen nu moeilijk weer terug. Na Debrecen volgt een stuk weg dat juist groot onderhoud krijgt en ook dat schiet dus niet al te veel op, al geeft Derk hier en daar de auto wel even de sporen tot “iets” boven het toegestane maximum.
De grenspassage gaat lekker vlot en we zijn zo verbaasd dat het zo snel gaat, dat we vergeten een vignet te kopen. Als we al een heel eind verder zijn, schiet het een van ons te binnen en bij een tankstation kopen we alsnog zo’n vignet. De kosten bedragen nog geen 5 Euro, maar als ze je betrappen als je geen vignet hebt, kom je in de buurt van 250 Euro boete. Snel maar een kopen dus.
Via de grensplaats Oradea gaat het richting Cluj Napoca en dan via Turda en Ludus
richting Tirgu Mures en dan naar Sighisoara. We komen dan bij het district Harghita
en dat ligt al een behoorlijk eind richting het oosten van Roemenië en tsja, daar
was al sprake van vogelgriep en de daarmee gepaard gaande voorzorgsmaatregelen. Als
we voorbij Sighisoara linksaf slaan richting Cristuru Secuiesc zijn wij dan ook aan
de beurt: het verkeer wordt afgeremd en we zien hele opstellingen op de weg waarbij
alle verkeer wordt ontsmet dan wel besproeid met reinigingsmiddelen. Op het eerste
oog lijkt het heel wat: mannen in witte beschermende pakken, met maskers op, besproeien
ieder voorbijkomend voertuig. Even later bij een andere post zien we dezelfde procedure,
alleen heeft hier de warmte kennelijk al toegeslagen want een van de “sproeiers”
zit gewoon in z’n blote bovenlijf en zonder adem-
Via Cristuru Secuiesc rijden we naar Odorhei Secuiesc en daar moeten we even zoeken naar het juiste adres: Jan heeft een pakketje meegenomen voor een collega van hem, die een gezin ondersteunt in Odorhei. Natuurlijk willen we dat wel even langs brengen, als je op zo’n afstand niet een ommetje zou kunnen maken van nog geen 20 kilometer….. De man neemt het pakketje dankbaar in ontvangst en nadat een en ander op de foto is vastgelegd, gaan we verder.
Na een kwartiertje rijden over de doorgaande verharde weg slaan we linksaf richting Kanyad. Volgens Piroska zou de weg verhard, zelfs geasfalteerd worden…… nou, laat maar eens zien. Maar helaas, ook hier heeft de Roemeense snelheid weer toegeslagen: er is nog niets van verharding te bespeuren, dus gaat het weer ouderwets gewoon door het zand. Aan de ene kant wel mooi, dan blijft de schitterende natuur natuurlijk wel wat ongerepter uitzien, maar voor de burgers in de aanliggende dorpen zou het, vooral in de winter, een hele verbetering zijn om de bewoonde wereld te kunnen bereiken.
Als we bij de pastorie in Kanyad aankomen, worden we hartelijk welkom geheten door het predikantenechtpaar en natuurlijk staat de tafel gedekt. We laten het ons goed smaken, want koken kan Piroska wel….. en onder het eten is er natuurlijk alle tijd om uitgebreid allerlei wetenswaardigheden uit te wisselen. Zoals gebruikelijk hebben we een fijne doos boodschappen meegenomen, die in grote dank wordt aangenomen door Piroska en die zij direct begint te verdelen in 3 porties: voor zichzelf en voor haar twee getrouwde kinderen Lacy en Levente…..
Ook worden foto’s bekeken, van de kleinzoon van Hans die dan net een paar weken oud
is, van de al wat oudere kleinzoon van Herman, van de kleinkinderen van Denes en
Piroska en ook erg leuk zijn de foto’s van het ziekenhuis-
We hadden een verzoek gekregen om wat grasmaaiers mee te nemen om rond de school en de kerk het gras te kunnen maaien. Gelukkig kregen we na een oproep voldoende goede grasmaaiers binnen, gewone handmaaiers, maar toch heel wat makkelijker dan de zeis waarmee men tot op heden het gras maait. Nou, Denes en Levente wilden wel eens kijken hoe zo’n ding het deed. Het gras rond de pastorie was al zeker wel aan een maaibeurtje toe, dus: de grasmaaier uit de auto en ……toen begon het te regenen. Maar geen nood: het maaiertje moest en zou geprobeerd worden. En maaien dat dat ding deed ! Gewoon een simpel handmaaiertje, maar fijn lopen…… En maaien als de beste. Denes en Levente wisselden elkaar af, om beurt een grote “smile” op het gezicht. Toe jongens, kom nu naar binnen, je wordt doornat van de regen… maar nee hoor, ze bleven buiten “spelen” met de grasmaaier. Echt verrukt waren ze er mee, als kleine kinderen met een nieuw kadootje. Zo blij waren ze ook toen ze hoorden dat ze er een mochten houden voor de pastorie….met een grasmaaiertje die bij ons “wel weg kan, dat ding staat toch in de weg”……
Natuurlijk bespreken we ook wat zakelijke dingen die in het verleden aan de orde zijn geweest en die in de toekomst zullen komen, waarbij natuurlijk ook het aankomende grote transport dat over enkele weken zal komen. Edwin en Henrico hadden laten vragen of het goed was dat zij de zondag in Kanyad in de pastorie zouden verblijven. Een welhaast overbodige vraag als je de gastvrijheid kent van de mensen in deze streek……natuurlijk kon dat, misschien nog beter: moest het.
We bespreken ons verder programma en men is wat teleurgesteld dat wij de volgende morgen al weer verder moeten, na eerst nog in het naburige dorp Petek langs te zijn geweest. Hollanders en haast…..ze leren het ook nooit, zie je ze denken.
We beseffen wat we de mensen aandoen en we geven aan dat we serieus over mogelijkheden nadenken om wat langere tijd te blijven. Reizen per vliegtuig is misschien een optie, maar heeft natuurlijk ook heel wat nadelen, niet alleen financieel maar ook qua mogelijkheden om goederen mee te nemen.
Dan zoeken we zo tegen middernacht toch maar ons bed op, waar het houthakkersconcert na enkele minuten weer wordt ingezet.
De volgende morgen staan we om half zes op en na de gebruikelijke plichtplegingen schuiven we aan een prima ontbijt. Daarna nemen we afscheid van Piroska, die al wordt opgewacht door het schoolkinderen en begroeten haar schoondochter Timi, die samen met Denes met ons mee zal gaan naar Petek om te vertalen. We pakken onze persoonlijke bagage in en vertrekken dan naar Petek, waarbij Denes en Timi met ons meerijden in de oude Dacia van Denes.
Onderweg genieten we van de natuur. Als je deze ongerepte natuur zo ziet, dan kun je je met gemak voorstellen dat het er hier zeg maar 500 jaar geleden niet anders uit zag ! Iedere keer weer komen we onder de indruk van dit prachtige gebied.
Bij de eerste woning in het dorpje Petek stoppen we, want daar wonen Deszo en zijn
vrouw Ida. Ook hier weer straalt de gastvrijheid je tegemoet. Heerlijk, om ook hier
weer even bij deze eenvoudige maar o zo vriendelijke mensen te zijn. En natuurlijk
weet je wat je te wachten staat als je de kamer binnenkomt: de tafel staat gedekt
en je moet eten, of je nu wilt of niet….. ietsiekietsjie, moet eten ! En daarbij
natuurlijk ook weer de onvermijdelijke glaasjes palinka, oftewel de “gereformeerde
diesel-
Ook hier worden de laatste nieuwtjes gedeeld ( netjes vertolkt door Timi) en de toekomstplannen besproken. Jammer is het dat wij in dit dorp niet veel meer kunnen doen op dit moment omdat er onderling wat wrevel is.
De nieuwe bril van Ida (zie ons vorige verslag) wordt opnieuw bewonderd en de vrouw is meer dan overgelukkig met haar nieuwe bril. Kleine moeite, groot plezier……
Maar ook hier moeten we na de maaltijd en de gebruikelijke schalen met gebak en koekjes na een tijdje weer afscheid nemen, want we hebben een “programma” en verderop zitten ook weer mensen op ons te wachten. Nadat Deszo ons een tas vol flesjes bier en ieder een grote plastic fles palinka ( ja ja, zelfgebrouwen….) mee heeft gegeven en we beloven de groeten te doen aan alle bekenden in Budapest en Nederland, zwaait men ons uit. Denes en Timi blijven nog even, wij zetten koers richting Brasov.
Na zo’n kleine 2 uur gereden te hebben komen we bij Belin. Hier woont onze oude vriend Janosz Albert, door ons nog steeds genoemd Jan Aolbert, naar een bekende Rijssenaar. Wie nu wat van hem en zijn toestand wil weten, moet de verslagen van vorige reizen maar eens nalezen….. Omdat Janosz door al die toestanden in een veel te klein huisje terecht was gekomen, waar hij, met zijn gezin ,samen moest wonen met een psychiatrisch patiënt, was de situatie onhoudbaar geworden en mede met onze hulp had hij een andere woning kunnen betrekken, zij het tijdelijk. Maar aangezien het er op leek dat hij na een schorsing van 2 jaar zijn ambt als predikant weer op zou kunnen pakken en hij weer een eigen gemeente zou krijgen met uiteraard daarbij een woning en weer een eigen inkomen, was het tijdelijke karakter niet zo’n groot probleem. Alleen….. wij wisten niet waar hij woonde, dus hadden we afgesproken dat hij ons rond het middaguur op zou wachten op het centrale dorpsplein. We hadden dus wel een beetje haast, want we waren al aan de late kant.
Het was zo rond de klok van half een toen we bij het dorpsplein aankwamen en daar stond een van de zoons van Janosz ons op te wachten. We verontschuldigen ons voor het feit dat we laat zijn ( laat???? Maar een half uurtje later dan afgesproken, dat is toch geen probleem en bij ons normaal…..) en dan gaan we samen naar de tijdelijke woning van Janosz.
Dit blijkt een alleszins redelijk onderkomen te zijn, naar Roemeense maatstaven althans. De keuken is redelijk, de woonkamer is klein, er zijn 2 slaapkamers en……. that’s it ! O, zult u zeggen…. vergeet je nu niet de badkamer en toilet en zo ? Nee nee, die vergeet ik niet…… maar die liggen buiten. Buiten aan het hek hangt een waterbak van circa 5 liter inhoud met daaraan een kraantje en daar kun je je wassen (deden we later dus ook gewoon). En het toilet? Achter de schuur lopen, daar staat een houten hokje en daar is een plank en als je je broek uitdoet en daar gaat zitten, dan valt het vanzelf op de stapel, of moet ik zeggen: op de hoop….?? En als de hoop hoog genoeg is, dan graaf je een paar meter verderop een gat, versleept het hok weer tot boven dat gat en je hebt de lokatie van het toilet weer een paar meter veranderd. Ik hoor u al zeggen……ach gattegat, moet dat nou echt zo? Tsja, dat dachten wij ook wel een beetje alhoewel wij dit wel eerder meemaakten in Roemenië, maar…… als de nood hoog is, is dit ook geen probleem en ben je zelfs blij dat er in ieder geval iets is…
Na een hartelijke en ook wel wat emotionele begroeting zitten we samen in de keuken en drinken….een kopje koffie. Alcohol is verleden tijd in huize Albert ! En gelukkig maar, want door allerlei oorzaken waardoor er veel gebeurd is, sloop de alcohol het gezin binnen en maakte daar heel wat kapot. Maar dat is nu echt verleden tijd, al sinds geruime tijd.
Janosz vertelt over de stand van zaken: hoe hij menigmaal min of meer een nieuwe parochie toegezegd kreeg van de bisschop, maar iedere keer ging het weer net niet door. Zo ook tot ruim een week geleden. Tot die tijd was hem iedere keer voor 95 % toegezegd dat hij predikant zou worden in het plaatsje B. Maar toen de finale afronding daarover zou plaatsvinden, bleek maar weer eens dat 95 % nog geen 100 % is. Ineens was plaatsje B toegewezen aan een andere predikant en weer wist Janosz niet waar hij aan toe was. Daarom toog hij weer naar de bisschop en vroeg tekst en uitleg. Ja Janosz, ik weet het, het liep even iets anders, maar jij krijgt jouw eigen parochie echt wel. Even geduld moet je nog hebben.
Maar als je al zo lang geduld hebt gehad en menig keer teleurgesteld bent en ook nog daarom steeds zonder inkomen zit ( sociale zaken en zo kent men daar niet ) dan wil je wel graag een keer zekerheid. Maar Janosz liet zich niet nog eens het bos insturen en bleef de bisschop min of meer voor de voeten lopen. Totdat deze uiteindelijk kwam met een plaatsje in de buurt van B. Een leuk dorp met een oud kerkje en een redelijk goede pastorie. De bisschop zette eindelijk dit alles op papier en dat kreeg Janosz mee. Gelukkig dat nu toch alles goed ging komen verliet Janosz, zo vertelde hij, de kamer van de bisschop om op de gang tot de ontdekking te komen dat op een bepaald gedeelte de handtekening van de bisschop ontbrak. Janosz dus weer terug naar de bisschop. Toen de bisschop Janosz weer binnen zag komen, ontlokte hem dat tot de uitspraak: Janosz, jij bent net een boemerang, jij komt iedere keer weer terug…… om vervolgens toch de ontbrekende handtekening te zetten.
Maar dan komt natuurlijk ook het moment dat hij (voor de eerste keer) op bezoek moet gaan naar zijn nieuwe gemeente om hier en daar wat kennis te maken, de pastoriewoning en de kerkelijke gebouwen te bekijken.
Janosz vraagt of wij die middag met hem mee willen om samen met hem deze nieuwe plaats te bekijken……. Wij hoeven daar niet lang over na te denken en gaan graag mee. Dit geeft voor ons ook aan dat hij veel vertrouwen in ons heeft en dat hij dit mooie gebeuren graag samen met ons wil delen.
Dus gaan we na het eten op pad. Janosz heeft zich voor deze speciale gelegenheid in zijn mooie donkerblauwe pak gestoken. Ook zoon Lacy gaat mee, we zijn dus met z’n zessen en dat is een beetje krap in de bestelbus, zij het met dubbele cabine. Maar als blijkt dat we onderweg ook nog een andere predikant uit de buurt op moeten pikken (de jonge predikant heeft een tijdje als consulent de betreffende plaats waargenomen) dan wordt het toch wel erg vol. Daarom worden Jan en Hans “verbannen” naar de laadruimte…….
later horen we dat dat niet alleen wegens ruimtegebrek was, maar ook vanwege de nawerking van het nogal vette eten dat we gehad hebben………
Na een rit van in totaal een goed uur (vanaf Belin dan) komen we op een zandweg die naar het nieuwe dorp leidt. Voor aan de zandweg staat een grote houten boog die bezoekers welkom heet, zo nemen we tenminste aan. Oei, maar die boog is niet al te hoog, dus stoppen we meteen om de hoogte op te meten. We zullen natuurlijk moeten weten of we daar eventueel met een vrachtwagen en trailer onderdoor kunnen. Gelukkig……na meting blijkt dat we ongeveer 10 centimeter overhouden, dat moet dus genoeg zijn.
Dan komen we in het dorp zelf. Midden in het dorp staat de kerk, een oud gebouw. We horen dat het gebouw onder Monumentenzorg valt en dat er inmiddels zowel van regeringszijde als van kerkelijke zijde gelden zijn vrijgemaakt om het gebouw te renoveren en waar nodig te herstellen. Het gebouw ligt er verder werkelijk prachtig.
Als je de weg naast de kerk oversteekt kom je bij de pastorie. Het lijkt een mooie woning en zeker voor Roemeense begrippen en bij nadere inspectie is het dat ook zeker. Oke, het staat een tijdje leeg en natuurlijk moet er het een en ander gebeuren, maar toch is de algehele indruk prima. Naast de pastorie staat een ruime schuur, die eventueel als garage dienst kan doen en verder valt de zeer ruime tuin achter/naast de woning op. Een ruime boomgaard met allerlei vruchtbomen en achter in de tuin, zo’n 100 meter verderop, staat nog een echt mooie grote schuur, prima van grootte en staat van onderhoud. Iets naast de pastorie staat dan nog een kerkelijk gebouw, waarin ’s winters de kerkdiensten worden gehouden. Een onlangs gerenoveerd gebouw met nieuwe vloeren en nieuw dak, dat ruimte biedt aan zo’n 100 mensen.
We zijn blij dat we iedere keer Janosz horen mompelen: szep, szep, nagy szep (mooi, mooi, heel mooi). Hij zegt dat ook tegen ons: het geheel valt hem zeker mee en vooral de woning is beter en mooier dan hij had gehoopt.
Als we zo rondlopen komt er langzamerhand wat meer volk uit het dorp naar de kerk lopen om kennis te maken met de nieuwe predikant en die vreemde lui. O, uit Holland ? Die hadden ze hier nog niet eerder gezien, Ollanders. Janosz schudt handen en we vinden het goed om te zien dat hij ook aandacht heeft voor de kleine kinderen. Hij gaat op de hurken om met die kinderen even te praten en dat lijkt ons heel verstandig.
De kerk staat bij het dorpsplein en midden op het plein staat een…….tankstation !!! Een tankstation ???? Ja, een tankstation, alleen niet voor benzine en zo, maar gewoon met water voor de paarden, het vee en ook de huisvrouwen halen hier hun emmers water uit de put en overloopbak.
Ineens horen we een schurend en ratelend lawaai en toch wel wat verschrikt kijken
we om. We zien een wagen, getrokken door 2 paarden, die met veel lawaai van de helling
van de zandweg komt en naar ons idee maar net op tijd tot stilstand komt bij de “tankstelle”.
De 2 mannen op de kar hebben er kennelijk nogal schik in dat wij zo geschrokken kijken,
voor hen is het dagelijkse koek: om niet te veel vaart te krijgen van de helling
af, binden ze gewoon een ijzeren ketting vast vanaf de achter-
We worden uitgenodigd om ergens samen naar binnen te gaan om iets te drinken, maar dat doen we niet omdat de begeleidende predikant niet veel tijd meer heeft. We nemen afscheid van de hartelijke burgers en gaan dan weer op pad. We zetten de andere predikant af bij zijn huis en we reizen dan direct door, terug naar Belin. Janosz vertelt onderweg hoe hij het ervaren heeft en hoe hij er tegenaan kijkt: in een woord PRIMA. Er blijkt een redelijk actieve kerkelijke gemeente te zijn, er is een basisschool met 2 klassen, een van de groepen 1 t/m 4 en 1 klas met de groepen 5 t/m 8. Verder is er nog een kleuterschooltje. Als ik het goed heb begrepen telt het hele dorp in totaal zo’n 1500 inwoners. Janosz heeft er duidelijk goede zin in om daar zijn werk weer op te pakken en ook Lacy is erg optimistisch.
Wij vinden het ook een prima dorpje waar wij nog best heel wat kunnen doen om de eerste levensbehoeften wat beter te maken, want dit dorp loopt toch zeker wel zo’n 75 jaar achter in de tijd……
Als we in Belin komen, zegt Janosz dat we hem moeten helpen om zijn vrouw Ilona te foppen: we moeten net doen of het allemaal maar niks is daar in het andere dorp…… maar als we uit de auto stappen en Ilona zenuwachtig in de deuropening staat af te wachten hoe het ons vergaan is, kan Janosz zichzelf niet meer in bedwang houden en alhoewel hij met woorden zegt dat het niet veel is daar, verraadt zijn gezicht en houding het tegendeel. Natuurlijk is ook Ilona erg opgelucht en vraagt zij honderduit hoe alles er uit ziet.
Ondertussen blijkt uit de voorbereidingen dat we zo weer gaan eten: een barbecue nog wel….maar stelt je dat niet zoals bij ons met bijvoorbeeld een gasbarbecue met alles erop en eraan. Nee, dat gaat daar wel iets anders. Met een zeis wordt achter het huis een stuk gras kort gemaaid en dan gaan er wat stokjes schuin tegen elkaar en dat wordt in brand gestoken en zo langzamerhand wordt het vuurtje steeds verder opgestookt totdat een redelijk vuurtje is ontstaan. Daar wordt dan een ijzeren rekje overheen gezet en daarop wordt het vlees, vaak van een die dag speciaal voor de gelegenheid geslachte big, geit of kip, geroosterd. Dat het daarbij af en toe een beetje zwart wordt……ach, een kniesoor die daar op let. Voor de rest smaakt het best wel. Uit onze eigen voorraad achter uit de bus drinken we er een blikje bij van een bekende bierbrouwer uit het oosten van ons land ( Gr.lsch, vul de ontbrekende o in….) en het goede humeur van ons allen maakt het tot een uiterst gezellig samenzijn.
Als we vervolgens proberen Janosz en zijn familie uit te leggen dat wij onderweg werden geconfronteerd met de ontsmettingsmaatregelen in verband met de vogelgriep, komen we echter op een moeilijk punt: hoe zeg je nu in het Duits precies wat je bedoelt? En als dat dan wel lukt, is het nog maar de vraag of Janosz het begrijpt, want hij heeft het Duits geleerd door een Hongaarstalige Bijbel en een Duitstalige Bijbel naast elkaar te leggen en zo zichzelf Duits geleerd,zo dat we over het algemeen vrij goed met hem kunnen praten. Maar vogelgriep, nee, daar kwamen we eigenlijk niet zo goed uit samen.
Totdat Janosz ineens een lichtje opgaat: ahaaaaa……ich weiss : kiep-
Na het eten besluiten we om voor de spijsvertering even een wandeling te maken door het dorp Belin. Het dorp kennen we al wel aardig, we komen er immers niet voor de eerste keer. En we hebben natuurlijk al vaker die grote kerk in het midden van het dorp zien staan. Als Janosz vraagt of we die kerk al eens van binnen hebben gezien en wij daarop ontkennend antwoorden, regelt Janosz direct dat de koster van de kerk opgehaald wordt en wij kunnen dan de kerk zowel van buiten als van binnen bekijken. Ondertussen krijgen we ook wat uitleg over het soort kerk: het is een unitarische kerk, een geloof dat eigenlijk alleen maar in Roemenië voorkomt en hier een daar in Amerika, zij het dat het daar is gebracht door geëmigreerde Roemenen. Dit verslag is natuurlijk geen theologisch wetenschappelijk verhaal, maar voor de nieuwsgierigen wil ik toch wel een heel korte uitleg geven van deze opmerkelijke geloofsrichting. De westerse christelijke kerken behoren vrijwel allemaal tot de trinitarische kerk en trinitarisch wil dan zeggen dat geloofd wordt in God de Vader, God de Zoon ( Jezus Christus) en God de Heilige Geest, de Drieënige God. In de unitarische kerk gelooft men alleen in God de Vader. Het bestaan van Jezus Christus wordt niet ontkent, maar niet als Zoon van God de Vader en deel uitmakend van de Drieënige God. Opmerkelijk is dan wel weer dat binnen die kerk wel het Kerstfeest (= de geboorte van Jezus Christus) wordt gevierd…….
Het kerkgebouw is zonder meer mooi te noemen, al zou wat achterstallig onderhoud weggewerkt moeten worden om het geheel mooi te kunnen houden.
We lopen weer terug naar de woning van Janosz en praten door nog gezellig even na. Wat wij bijzonder waarderen is dat na alle narigheid die dit gezin heeft getroffen, je geen enkel verwijtend woord hoort naar anderen toe. Dat tekent deze mensen, die nu weer heel positief ingesteld staan naar de toekomst. Wij hopen dat wij hen (en het dorp waar zij terecht komen en waar we die middag zijn geweest) daarbij een helpende hand toe kunnen steken in materiële zin. Het werken op zich kunnen ze zelf best, als ze het materiaal maar hebben en dat Janosz met zijn gezin dan tot veel in staat is, hebben we in het verleden al gezien.
We bespreken vervolgens nog wat details betreffende het grote transport dat de week daarop zal plaatsvinden. Janosz verwacht (realistisch) dat zijn gezin dan nog niet in het nieuwe dorp is en daarom spreken we af dat de goederen toch maar eerst naar Belin gebracht worden. Janosz zegt dat het geen probleem is de goederen verder te vervoeren naar hu nieuwe adres.
De tijd gaat ook hier snel als het gezellig is en we krijgen allemaal een mooi houtsnijwerk
mee van Janosz, gemaakt door zijn zoon Lacy. Deze knaap kan daar aardig mee overweg
en maakt allerlei voorstellingen in hout. Jan komt op een goed idee: als Lacy voor
ons nu eens een x-
Dan wordt het toch echt tijd om “plat” te gaan en dat doen we dan ook. Alhoewel we zelf luchtbedden en zo hadden meegenomen blijkt dit toch niet nodig, want Ilona heeft voldoende bedden kunnen regelen om de gasten een slaapplaats aan te kunnen bieden en we snurken er die nacht weer flink op los, dus de bedden zullen wel goed zijn geweest…..
De volgende morgen staan we weer op tijd op ( is het vreemd dat we bij terugkomst
thuis slaaptekort blijken te hebben???) en we wassen ons zo’n beetje buiten op het
erf, bij de eerdergenoemde bak-
Zelfs lukt het nog om een scheermes langs de baard te houden zodat we er toch nog een beetje toonbaar uitzien. Na een eenvoudig ontbijt zijn we klaar voor vertrek. Als bijna vanzelfsprekend krijgt ook deze familie een doos met levensmiddelen uit Nederland, die in grote dank aanvaard wordt. We delen nog wat kleinere spullen uit die we zelf nog voldoende in de bus hebben en dan gaan we toch echt op pad. We nemen afscheid en dat voelt wel wat emotioneel maar toch ook weer blij, blij met de goede vooruitzichten die dit gezin heeft. Het is al wel heel anders geweest, helaas………. maar nu lijkt het allemaal goed te gaan.
We zetten buiten Belin gelijk de sokken er aardig in en we schieten dan ook lekker
op maar ondanks dat is het naar de Hongaarse grens toch altijd nog wel zo’n 8 uur
rijden. Onderweg, net voor Sighisoara, worden we weer gecontroleerd of we pluimvee
bij ons hebben en wordt de auto weer gedesinfecteerd wegens “kiep-
Het zal zo rond de klok van acht zijn geweest als we de auto parkeren in de tuin van de pastorie van onze vrienden aan de Frangepanstraat. We worden hartelijk en enthousiast onthaald en natuurlijk is men bijzonder nieuwsgierig hoe onze reis is geweest. Maar eerst moeten we iets heel vervelends aanhoren…..volgens Katalin, die het ons amper durft te vertellen. Nou, wat zal er dan wel gebeurd zijn????? Dan vertelt Katalin dat zij hun hond ’s nachts altijd los hebben lopen in hun grote tuin, als soort waakhond. Nu kwam men er achter dat de hond onze aanhangwagen, die we in de tuin gestald achter hadden gelaten, zo bijzonder mooi en smaakvol vond, dat de hond er maar aan was gaan knabbelen……
Als we poolshoogte nemen zien we dat de elektriciteitskabel vanaf de stekker tot aan het chassis helemaal in tape is gewikkeld. Katalin vertelt dat deze kabel helemaal kapot was gevreten door de hond en dat Joszef een dag lang bezig was geweest om dat allemaal weer te repareren. Nou, we hebben het gecontroleerd en alles werkte (weer) naar behoren. We hebben Joszef daarvoor onze complimenten gegeven en we zullen zijn kwaliteiten in gedachten houden, mocht hij tijd overhouden als predikant en er iets bij willen gaan doen als monteur…..
Verder blijkt dat de hond het rubber van onze wielklem er af heeft gevreten, alsmede de rubber strip die langs het spatscherm zat en een stukje van de rubber spatlap bij het wiel. Och, de schade valt nogal mee, we zijn al lang blij dat de hond niet aan het zeil heeft gevreten, dat zou veel minder zijn geweest.
Dan gaan we naar binnen en schuiven aan tafel voor een heerlijke maaltijd. Onder het eten vertellen we natuurlijk uitgebreid wat we meegemaakt hebben. Het doet ook de familie Szloboda groot genoegen dat het nu eindelijk beter lijkt te gaan met “boemerang” Janosz.
Na het eten zitten we nog heel gezellig een tijdje bij elkaar, maar dan zo langzamerhand beginnen toch de oogjes wat te knijpen en het slaaptekort zich te wreken…. We besluiten dan ook om rond 11 uur naar boven te gaan om de oogleden aan de binnenzijde te bekijken. Maar ook hier moet eerst nog een traditie in ere worden gehouden: we drinken eerst samen nog een blikje fris…..bier en daarbij hoort een “bölke hatte wost”. Maar als de klok 12 keer slaat, kruipen we toch echt onder het laken. De volgende morgen kunnen we uitslapen.
Na een heerlijk nachtje slapen zitten we de volgende morgen om 9 uur fris als een hoentje aan het ontbijt, dat we ons weer heerlijk laten smaken. Daarna zullen we samen met Katalin naar onze oude vriend Joshi gaan. De regelmatige lezer van deze verslagen weet dan wel over wie we het hebben: onze begeleider van het eerste uur op onze reizen sinds 1991 naar Roemenië, die een tumor in de nek kreeg, geopereerd werd, half verlamd raakte en na veel revalidatieleed weer opkrabbelde, toen ongelukkig kwam te vallen en met zijn nek op een tafeltje viel……en opnieuw half verlamd raakte. Of hij ooit nog weer met ons mee kan, is de grote vraag. Maar iedere reis die we maken, komen we bij hem en zijn vrouw even langs om bij te praten. Zo ook nu en we hebben behalve een mooie doos met Hollandse boodschappen nog iets bij ons wat perfect voor Joshi is: een bed dat met elektrische motoren verstelbaar is in allerlei denkbare hoogten en standen. Dat maakt het voor hem en zijn vrouw veel makkelijker.
Als we bij Joshi aankomen en het bed, dat we in de aanhanger hadden meegenomen, demonstreren, glimt Joshi van oor tot oor. Hij is er duidelijk dolblij mee en als het bed Derk, die zich graag beschikbaar stelt om op het bed te liggen bij de demonstratie, kan verplaatsen in allerlei standen, dan moet dat ook bij Joshi zeker wel lukken.
We drinken een kop koffie en later wat fris in de tuin bij Joshi en zijn vrouw en vertellen natuurlijk uitgebreid wat er op deze reis gebeurd is, waarbij Katalin weer voortreffelijk voor de vertaling zorgt.
Maar ook hier moeten we na zo’n anderhalf uur afscheid nemen en we keren terug naar de pastorie aan de Frangepanstraat.
Hier krijgen we nog weer een prima maaltijd voorgeschoteld waar we echt van genieten en direct na het eten gaan we nog gauw even een paar inkopen doen in een nabijgelegen grote supermarkt. Er zijn een aantal specifieke Hongaarse artikelen die we graag meenemen voor onszelf: paprika, worst en natuurlijk een paar flessen stierenbloed, oftewel rode wijn.
Als we onze persoonlijke bagage daarna weer in de bus hebben geladen en de klok aangeeft dat het bijna 3 uur is, wordt het ook tijd om hier van onze vrienden afscheid te nemen. Dat is wel wat vroeger dan gebruikelijk, maar we hebben nu eenmaal de toezegging gedaan dat we indien mogelijk de volgende morgen voor 9 uur onze bus weer helemaal bedrijfsklaar zullen hebben voor de firma Voortman, die zo bereidwillig was een bus met dubbele cabine ter beschikking te stellen. We nemen dan ook afscheid en een uurtje later laten we de prachtige stad Budapest achter ons. We hebben nu in principe alleen nog maar autobaan te rijden en dat schiet lekker op, al is het af en toe wel wat saai, vooral in het donker.
Het is nog maar 6 uur in de morgen als we onze woonplaats Rijssen al binnenrijden:
we hebben zo’n 15 uur achtereen gereden en dat zonder noemenswaardig oponthoud. Alleen
af en toe een plas-
Dan nemen we zolang de aanvankelijk geleende bus ( met enkele cabine) mee om de aanhanger thuis te kunnen krijgen en dan gaat het, traditioneel, op naar de Lindenlaan waar de families ons al staan op te wachten. Een heerlijke kop koffie met gebak, natuurlijk wat foto’s kijken en de verslaggeving van de opvallendste punten van deze reis en dan….naar huis. We hoeven nu eens niet na de middag terug te komen om de auto’s schoon te maken, dat is immers allemaal al gebeurd. We hebben een lekker lang vrij Pinksterweekend voor de boeg met mooi weer……. Lekker even bijkomen. Dat mag dan ook wel, want het is geen snoepreisje dat we iedere keer maken. We doen het wel met plezier, maar niet voor ons plezier. We doen het om mensen die het materieel gezien veel minder hebben dan wij, een helpende hand te kunnen bieden tot zover dat zij zichzelf weer kunnen redden.
Iedereen die, op welke wijze, hoe groot of hoe klein ook, ons daarbij heeft geholpen, willen wij vanaf deze plaats ook heel hartelijk danken voor hun medewerking. Zonder u zouden wij de afrondende hulp niet kunnen geven. Nogmaals hartelijk dank en…… we houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.
Rijssen, augustus 2006.
Hans Bouman