ROEMENIË –REIS DECEMBER 2008.
**********************************
Nog niet eerder vertrok zo laat in het seizoen een transport van ons richting Roemenië
en nog niet eerder bestond de bemanning uit slechts 2 personen. Maar alles heeft
een reden en zo ook dit late transport: onze voorzitter Herman Zonnebelt had een
forse medische ingreep ondergaan en wij hoopten dat hij toch mee kon gaan, reden
waarom we het transport laat inplanden zodat hij meer tijd voor herstel zou hebben.
Dan komen daar nog omstandigheden bij waar je in je eigen agenda rekening mee moet
houden. En als laatste overweging kwam dan ook nog dat de kerk van ds. Szloboda in
Budapest, onze vrienden waar we altijd op heen-
Dat Herman in de periode voorafgaand aan deze reis opnieuw een tegenslag te verwerken
kreeg, konden we natuurlijk niet voorzien. Gelukkig gaat het nu redelijk tot goed
met hem, maar de reis meemaken was in december absoluut onmogelijk. Dat Derk Pas
niet mee kon, had ook te maken met planning van allerlei prive-
Een van de hoofdpunten in dit transport was de kinder-
Met veel medewerking van veel mensen waren wij er in geslaagd om een professionele tafeltennistafel te bemachtigen alsmede een tafelbiljart, 2 tafelvoetbalspellen, enkele dozen met puzzels en andere spellen en enkele dozen met knuffelbeesten. Al deze spullen waren in onze eigen aanhangwagen geladen, behalve de tafeltennistafel, die er niet in bleek te passen en deze moest dus in een (grote) bestelbus.
Verbazingwekkend was het gemak en de bereidwilligheid waarmee een van onze vaste
sponsors, bouwbedrijf Nieuwenhuis in Rijssen, al vele jaren lang het bedrijf dat
ons jaarlijks een bus ter beschikking stelt voor onze transporten, een grote Mercedes-
In de bus pakten we verder zoveel mogelijk hulpgoederen en kleding als mogelijk was, bestemd voor de plaatsjes Dobolii de Sus en Ulies, oftewel ( in het Hongaars) Feldoboly en Kanyad.
Op de avond voor vertrek worden we getroffen door een prachtig gebaar: op de deurmat onder de brievenbus bij Hans thuis ligt een enveloppe met opschrift: voor de kinderen van de hartkliniek in Roemenië. In de enveloppe zit een geldbedrag van 100 Euro. De afzender staat niet vermeld. Anonieme gever: hartelijk dank voor deze bijdrage. Verderop in het verslag staat wat we met dit geld hebben kunnen doen.
Voor ons zelf een geweldige morele opsteker dat mensen zo betrokken zijn bij ons werk. Daar kikker je van op !
Omdat wij allebei de 35 jaar al gepasseerd zijn en in toenemende mate moeite krijgen met het ’s nachts doorrijden (en dus een hele nacht overslaan) hebben we besloten om zoveel mogelijk overdag te rijden. Gezien de tijd van het jaar en de afstand krijg je dan automatisch toch nog voldoende “donkere” kilometers voor je kiezen, maar toch ook heel wat “lichte uurtjes”.
Tegen 5 uur is Hans bij Jan’s huis en als daar de laatste spulletjes ingepakt zijn,
zetten we koers richting Budapest, onze eerste “halte”. Omstreeks kwart over vijf
draaien we de autobaan A-
We gaan dit keer de A-
De Mercedes-
Onderweg smeren we een lekkere cracker met kaas en zetten een verse pot koffie. Makkelijk…..zelf koffie zetten onderweg gaat er mee strijken ! Daarna moet ook de eerste harde worst er maar aan geloven, het zal niet de laatste zijn.

We snorren lekker door en naderen Dresden al spoedig. Daar is een netwerk van nieuwe
autobanen aangelegd en dat schiet ook lekker op, alleen gaat ons navigatiesysteem
daar de fout in en we belanden op een 2-
Na dit smakelijke intermezzo vervolgen we onze weg en het is inmiddels al weer donker
geworden, waarschijnlijk is dat ook de reden dat we de borden missen waarop staat
dat je ook in Slowakije een vignet moet kopen. Wij passeren de grens zonder stoppen
en volgen de weg naar Bratislava om van daaruit op de Hongaarse autobaan nabij Györ
te komen. Dan is het nog maar zo’n 150 kilometer naar Budapest. Als we eenmaal in
Hongarije zijn bellen we onze vrienden, het predikantenechtpaar Szloboda, dat we
in aantocht zijn. Aan de grens kopen we ook weer een Hongaars autobaan-
Het is inmiddels rond de klok van negenen als we de Frangepan-
We brengen onze persoonlijke bagage snel naar onze slaapvertrekken en frissen ons
snel even op, want Katalin heeft een prima warme maaltijd voor ons bereid. We laten
ons het eten goed smaken en uiteraard worden tijdens het eten en daarna de wederzijdse
nieuwtjes uitgewisseld. Centraal daarin staan de persoonlijke omstandigheden van
ons allen alsmede de wederzijdse bekenden. Ook komt natuurlijk de situatie in Roemenië
ruim aan de orde, waaronder ons nieuwe project, de kinder-
Een groepje van 4 mensen uit Rijssen, met bouwkundig inzicht, maakte een rondreis
door Roemenië en op ons verzoek heeft men de kliniek in Covasna ook bezocht. Uit
het gedetailleerd rapport dat wij van hen ontvingen, bleek dat de renovatie van de
kliniek voor onze relatief kleine stichting niet te behappen zou zijn: kosten circa
400.000 Euro excl. BTW. Daarna hebben wij de beslissing genomen om deze grote hap
niet op ons te nemen maar ons te richten op een deel: het verbeteren van de eerste
levens-
Het hoeft geen nadere uitleg dat wij, toen de klok richting middernacht ging, best
wel toe waren aan een “pit-
De volgende morgen genieten we van een prima ontbijt en we worden bijgepraat over
de geplande activiteiten dit weekend, in verband met het 75-
In de loop van de middag besluiten we om nog even de stad in te gaan: Budapest in kerstsfeer zou ook heel mooi zijn. Joszef en Katalin waren te druk om mee te gaan, maar als je al zo vaak in Budapest bent geweest als wij, dan red je je samen ook wel. Na een ritje met de metro belanden we midden in het centrum en inderdaad: Budapest in kerstversiering is prachtig. Het heeft wel wat weg van een kerstmarkt in Duitsland, maar dan toch ook weer anders……
Omdat de mobiele telefoon van Jan steeds uitvalt (vreemd he, als je zo’n ding twee
keer in het water hebt laten vallen) besluit Jan een ander mobieltje te kopen. In
een supergroot Donau-
Een jongeman gaf aan dat hij wel Engels sprak en hij helpt ons keurig. Toen wij en-
We zorgen dat we netjes op tijd weer in de pastorie zijn en eten daar nog snel even een kleine hap: het concert begint zo. In een redelijk gevulde kerk nemen we plaats en beluisteren de muziek en de koorzang die gepresenteerd wordt. Leuk dat wij ook een aantal gemeenteleden die meedoen kennen en naderhand kunnen spreken. Het concert duurt zo’n anderhalf uur en na afloop drinken we samen met een aantal bekenden koffie…..
Jan heeft van een bevriende relatie een echte koffieautomaat gekregen. Nou, daar hebben ze in Roemenië niet zo veel aan, maar uit navraag bleek dat Joszef en Katalin wel heel blij zouden zijn met zo’n automaat, er wordt daar ook vaak en veel koffie gedronken. De automaat aansluiten is een fluitje van een cent: koppeling water aansluiten op de kraan, stekker elektrisch er in en klaar is Kees. Nadat het water opgewarmd is, is het slechts een druk op de knop en een goeie verse kop koffie is het resultaat. De smaak: prima. De hoeveelheid….. overdadig.
Op een of andere manier blijft de automaat achter elkaar een prima kop koffie uitgieten.
Het lukt niet het apparaat te stoppen, anders dan door de stekker er uit te trekken.
En dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Wat we er ook aan doen, de koffie
stroomt rijkelijk en het probleem kunnen we niet oplossen……het apparaat lijkt wel
uit Sarfath te komen…….Jan zal bij de dealer de gebruiksaanwijzing en reparatie-
Door de drukte van het concert en de voorbereidingen voor het hoog bezoek de volgende
dag, gaat ons traditionele zaterdagavond-
Ook deze nacht kunnen we een mooi aantal uurtjes slaap pakken en dat doen we dan ook. We hebben onze auto voor zover mogelijk nagekeken op oliepeil, water, koelvloeistof etc. Daar mankeert gelukkig niets aan en we kunnen wat dat betreft met een gerust hart maandagmorgen vroeg verder reizen.
Op zondagmorgen bezoeken we na het ontbijt de normale kerkdienst waar Joszef de dienst leidt. Na de dienst spreken we weer een aantal oude bekenden en dan wordt ineens het tempo opgeschroefd: er moet nog heel wat gebeuren voor de ontvangst van de genodigden vanmiddag tijdens de speciale herdenkingsdienst.
We vragen Katalin hoeveel mensen er verwacht worden en daar moet zij het antwoord op schuldig blijven: ze hebben geen flauw idee hoeveel mensen er zullen komen, maar afgaande op het aantal verstuurde uitnodigingen zouden het er wel eens tussen de 400 en 500 kunnen zijn. Dat betekent het dubbele aantal sandwiches dat gemaakt moet worden, en daarbij verder nog de nodige zoete versnaperingen als koekjes en cakes.
We merken hier een duidelijk verschil tussen de Hongaren en ons: we vertellen Katalin
dat het bij ons de laatste jaren best wel gebruikelijk is geworden om onderaan een
dergelijke uitnodiging een soort opgavenstrookje te maken die de mensen in kunnen
leveren en waarop zij aan kunnen geven of zij niet komen of wel, en zo ja: met hoeveel
personen men denkt te komen. Daarmee krijg je toch een aardige indicatie. Maar oh
nee, dat is uit den boze: je kunt mensen toch niet uitnodigen en er een strookje
onderaan maken waarop men aangeeft dat men niet komt??? Dat is absoluut not-
De middagdienst begint en volgens onze waarneming is alles op tijd klaar. De bisschop komt samen met zijn plaatsvervanger en beide heren worden als vorsten ontvangen. Hetzelfde geldt de burgemeester en nog een aantal hoogwaardigheidsbekleders. De kerk is redelijk goed gevuld maar niet vol……we schatten in dat er heel wat sandwiches over zullen blijven.
Van de dienst op zich krijgen we door de taalbarrière niet veel mee, wel worden we uitdrukkelijk met name genoemd door Joszef als vrienden uit Holland die speciaal voor deze gelegenheid over zijn gekomen. Nou ja, dat komt wel in de buurt van de waarheid en we hebben dus wel rekening gehouden met dit weekend en de jubileumviering, maar ons hulpgoederentransport is feitelijk toch de eerste reden dat we hier zijn. Hoe het ook zij, we nemen vriendelijk knikkend de waarderende blikken in onze richting in ontvangst…….
Als alle sprekers hun woordje hebben gedaan komt het informele gedeelte en daarbij worden de schalen met sandwiches en andere lekkernijen aangevallen. Het ziet er allemaal prachtig opgemaakt uit en je zou het bijna jammer vinden er iets af te pakken, maar toch laten ook wij het ons goed smaken. Als de meeste gasten weg zijn wordt de balans opgemaakt en veel van de helpende vrouwen uit de gemeente gaan met een fiks bord vol sandwiches naar huis. Er was inderdaad veel te veel, maar gelukkig gooien ze het hier niet weg maar wordt het thuis verder opgegeten.
Als het informele deel ook achter de rug is bieden wij in alle bescheidenheid ook een geschenk aan. Een functioneel cadeau waar men zichtbaar erg blij mee is: een complete en goede messenset. Vooral Katalin is er erg blij mee, nu is er minder kans dat de messen uit haar eigen keuken zo vaak verdwijnen…..
Ook deze avond laten we ons het warme eten goed smaken en als dat letterlijk achter de kiezen is, gaan we zo langzamerhand naar boven. We willen morgen op tijd uit bed en hebben dan nog een hele rit voor de boeg.
De volgende morgen om 5 uur loopt de wekker af en om half zes zitten we, lekker fris gewassen en geschoren, aan het ontbijt. Daarna nemen we afscheid van Joszef en Katalin, pakken onze eigen bagage in de bus en klokslag 6 uur rijden we hun erf af.. We hebben opnieuw een rit van naar schatting zo’n 14 uur voor de boeg.
We verlaten Budapest en volgen de autobaan richting zuiden, richting Szeged. Dat
is een vrij grote plaats aan de grens met Roemenië, vanaf Budapest zo’n 175 kilometer.
De Mercedes-
ook als we de grens Hongarije-

Het loopt inmiddels tegen negen uur in de avond en dus is het al weer ruimschoots
donker als we Brasov achter ons hebben gelaten en het laatste stukje richting Dobolnii
rijden. De navigatie-
Als we het dorpje Dobolnii binnenrijden is het dorp al grotendeels in ruste. Wat ons direct opvalt is dat er meer straatverlichting is. Waar er eerst 2 lichtmasten waren in het hele dorp, zijn er nu toch wel een kleine twintig lantaarnpalen te zien.
De familie Albert staat ons bij het hek van hun erf op te wachten en een allerhartelijkste begroeting volgt, zoals bij oude vrienden. Janosz stelt voor dat we de bus en de aanhangwagen afzonderlijk op zijn erf parkeren, ander kan de combinatie er qua lengte niet staan. Jan stelt voor om de combinatie achterwaarts het erf op te rijden en daar de aanhanger af te koppelen en dan de bus er naast te zetten. Hans stelt voor om de aanhanger maar direct aan de weg af te koppelen en deze zo naar beneden te laten rijden.
Hans, die buiten de auto staat, koppelt de aanhanger los en Janosz en zijn zoon Zoltan, een beer van een kerel van omstreeks 22 jaar oud, helpen de aanhanger in bedwang te houden. Jan roept nog dat niet goed gaat, de aanhanger is te zwaar, roept hij. Hans zegt dat het wel kan en meteen ontkoppelt hij de koppeling. Als hij de handrem, die nog aangetrokken staat, echter naar beneden drukt schiet de aanhanger naar beneden, het vrij steile pad af dat over het erf loopt. Janosz trekt aan de ene kant van de aanhanger, Hans aan de andere kant en Zoltan houdt de koppeling stevig vast. Hij schuurt op z’n achterwerk over de grond. Hans kan de handrem nog wel weer aantrekken, maar dat helpt niet: de aanhanger glijdt met geblokkeerde wielen gewoon naar beneden. Hans ziet het zo voor zich: over een paar meter staat er een hekje en dan is er een verval van circa 1,5 meter en dan begint de moestuin. We vrezen dat we dwars door het hek zullen knallen en in de moestuin zullen belanden, maar o groot geluk: ineens schiet de aanhanger naar links en gaat recht op de schuurdeur af. Dan gaan we daar maar dwars doorheen…….. Op miraculeuze wijze echter blijft de aanhanger ineens stilstaan, echt op een afstand van nog geen vijf centimeter van de schuurdeur. Phieuw, dat ging maar net goed.

Jan stapt uit de bus en schaterlacht: ik zei toch dat dat niet goed kon gaan ! Waarop Hans zegt: natuurlijk gaat dat wel goed, dat zie je toch ? Die aanhanger staat hier mooi……als je maar weet wat je doet…… Nou ja, mazzel hebben is ook wat.
Als we onze persoonlijke spullen uitgepakt hebben en Zoltan een schone broek heeft
aangetrokken, schuiven we aan tafel. Ilona heeft weer een fijne warme maaltijd klaargemaakt
en we laten het ons goed smaken. Ondertussen worden ook hier natuurlijk de wetenswaardigheden
uitgewisseld. Ilona heeft een tijd problemen gehad met haar benen en door verkeerde
medicijnen leek het even heel slecht te gaan, maar gelukkig is er nu een keer ten
goede gekomen. Ook nu weer blijkt hoe blij men is met de door ons geschonken personenauto,
die dienst kan doen als vervoer naar-
We bespreken vervolgens de (on-
We overhandigen enkele persoonlijke giften die ons vanuit Rijssen zijn meegegeven voor dit predikantengezin. Men is er verbaasd over dat zij deze kaarten met bemoedigende woorden en een financiële bijdrage ontvangt. “Warum” ? “Ist es nur für uns ?” Als Ilona ziet wat men extra te besteden krijgt, barst zij in snikken uit, overgelukkig. Ook Janosz is er zichtbaar mee verlegen, maar ook heel blij en dankbaar.

Met het uur tijdverschil er bij geteld schiet het al mooi op richting middernacht en we trekken ons zo langzamerhand terug op onze slaapkamer, die tegen onze zin weer fraai warm is gestookt. Ze kunnen hier maar niet begrijpen dat je in de kou gaat liggen slapen….. Maar als we de buitendeur een kwartiertje open hebben gezet is het naar ons idee weer lekker om te slapen. We laten de buitendeur maar op een kier staan en kruipen lekker onder de dekens.
De volgende morgen blijkt Janosz al gebeld te hebben met de kliniek. In deze tijd
zijn er ongeveer 50 kinderen die in de kliniek blijven. Voor ons doel een mooi aantal.
We gaan op tijd op pad en rijden eerst naar de grote Billa-
We pakken de spullen in de bus en vertrekken nu naar Covasna. Het is behoorlijk koud en hoe dichter we bij Covasna komen, hoe meer sneeuw er ligt. Gelukkig kunnen de nieuwe winterbanden het goed aan, ook op het terrein van de kliniek waar de straat niet schoon is gemaakt en een pak van zo’n 15 – 20 centimeter sneeuw ligt. We ploeteren er door en vooral het achterwaarts rijden met de aanhanger vraagt kundigheid, maar we komen toch netjes voor de stoep van de kliniek, waar we in de kou een warm welkom krijgen van de medische staf en (begrijpelijk) de kinderen.
We maken eerst de huif van de aanhanger open en vele kinderhanden helpen de spullen
uit te laden. Glunderende gezichtjes en grijpgrage handjes: hun geluk kan voorlopig
niet op als ze zien wat we bij ons hebben en voor hen bestemd is: een aantal dozen
met knuffels, veel los speelgoed en legpuzzels, een tafelbiljart waarmee in totaal
iets van 8 verschillende spellen gespeeld kan worden door de ondergrond te wisselen,
2 mooie en stevige tafelvoetbal-

We nemen de dozen met de “kerstpakketjes” mee naar de recreatiezaal en daar vormen we een rij langs de tafels en stoelen en de kinderen komen om beurt langs om hun spullen in ontvangst te nemen, eerst de kleintjes en daarna de iets ouderen.

Zelden hebben wij zulke gelukkige en stralende gezichtjes gezien en zo’n somber grijs gebouw: met de armen vol lekkernijen snellen ze naar hun eigen kamertjes. In de haast en in hun geluk vergeten de meesten om ons te bedanken, maar dat nemen we de kinderen natuurlijk niet kwalijk. Daarvoor komen wij ook niet, om bedankjes in ontvangst te nemen.

Hierna zetten we de speeltoestellen in elkaar (de onderstellen waren meestal gedemonteerd voor het transport) en het is maar even of de jeugd is druk in de weer met de spellen. We zien het genietend aan en Janosz laat even zien dat hij ook tafeltennis kan spelen….en voorwaar: niet slecht.

Hierna worden we uitgenodigd om op de kamer van de directeur koffie te drinken. Behalve
koffie blijkt er ook palinka, bier en wijn en frisdrank te staan. We nemen de koffie
en wat limonade, de rest slaan we beleefd maar ook beslist af. De directeur en de
medewerkers van de kliniek zijn echt onder de indruk en dankbaar voor de goederen
die wij konden brengen, want behalve het genoemde speelgoed hadden we ook een 10-

We vertellen de directeur wat onze plannen voor de toekomst zijn wat betreft deze
kliniek en hij kan zich daar best in vinden. Het enige wat hij ook nog graag wil
hebben is een echo-
Er ligt inmiddels een aardig pakje sneeuw, maar de wegen blijven wonderwel goed te berijden. Janosz vertelt dat de komende nacht wel koud zal worden: de temperatuur zal zakken tot omstreeks – 20 graden !!
We rijden weer naar Dobolnii en parkeren de combinatie op het erf van de pastorie, waarbij we het nu doen op de manier zoals Jan voorstelde en dat gaat inderdaad goed. Maar ja, zegt Hans, de aanhanger is nu ook leeg….. hij wil ook altijd gelijk hebben.
De middag brengen we gezellig door bij Janosz en Ilona en hun kinderen, het is er lekker warm in de kamer en Ilona zet weer een prima maaltijd op tafel. We bespreken de voortgang van de restauratie van de kerk en alles wat daarmee samenhangt en verder praten we over allerlei koetjes en kalfjes, van serieus tot bulderend lachen.
Wat wel blijkt uit de gesprekken is dat onze hulp aan het dorp nog steeds van levensbelang is: zonder onze hulp zou het voortbestaan van de kerk, het predikantsgezin en het geestelijke leven in het dorp ophouden te bestaan en zal ook op het materiële vlak een (te?) grote stap terug moeten worden gedaan.
Ook bespreken we de route die we morgen zullen rijden naar Kanyad. We gaan nu niet “onderlangs” maar een keer bovenlangs, een andere weg, qua afstand niet echt veel langer maar wel door een weer heel ander gebied. We zullen zien……
Het lijkt vaak of de tijd vliegt en dan ook nog met een uur tijdverschil: voor we het weten is het al weer tijd om naar bed te gaan. Dat doen we dan ook maar, met een goed gevoel over wat we deze dag hebben kunnen doen voor de kinderen in de hartkliniek……
De volgende morgen, het is inmiddels woensdag, blijkt dat het inderdaad zo rond de min 20 graden is. De wereld ziet er schitterend uit in een prachtig wit pak……een dun laagje sneeuw bedekt de hele omgeving. Toch hopen we, in verband met het reizen, dat er niet teveel sneeuw valt. We hebben weliswaar nieuwe winterbanden onder de bus en ook hebben we wel sneeuwkettingen bij ons, maar laat ons toch maar zo gewoon mogelijk rijden, dat gaat het best en het snelst.
Na het ontbijt drinken we aansluitend nog een kop koffie en pakken dan onze spullen in de bus. Vervolgens nemen we afscheid van onze vrienden “Jan Aolbert”. We kunnen nu, inderdaad omdat het zo hard heeft gevroren, zonder al te veel moeite de bus van het hellende erf afrijden. Janosz en Zoltan rijden in hun Renault met ons mee en zullen ons de juiste weg wijzen in Sfanthu Gheorge. Zij gaan dan zelf meteen in dezelfde stad de nieuwe winterbanden laten monteren bij een kennis.
Eenmaal in Sfanthu Gheorge zien we al snel welke weg we moeten hebben en Janosz en Zoltan wijzen ons die weg ook aan, zwaaien vervolgens driftig ten afscheid en dan scheiden onze wegen zich voorlopig weer, al houden we natuurlijk wel contact per telefoon.
We genieten van de natuur die zich aan ons presenteert: een prachtige witte wereld, ongekend zo mooi. Het is nog wel een paar uur rijden naar onze volgende bestemming dus tijd is er voldoende om te genieten en bij te praten onder het genot van weer een zelfgezette pot koffie. Als we op een hoog punt komen blijkt daar een schitterende plek te zijn om even wat foto’s te maken.
We stoppen en Jan maakt een aantal foto’s, terwijl Hans de bus en aanhanger zo neerzet
dat het mooi uitkomt. Als wij beiden buiten de auto zijn komt er ineens uit het nabijgelegen
bos een Jeep-
Wij vervolgen onze reis en na enige tijd rijden we Odorheiul Secuiesc binnen. Dan is het nog maar een half uurtje naar Kanyad, mede omdat de weg naar Kanyad sinds een jaar voorzien is van asfalt. Dat scheelt natuurlijk een heel stuk en ook een heleboel kuilen en hobbels.
We worden ook hier hartelijk welkom geheten door Denes en Piroska en hun schoondochter Timi. Je zou bijna zeggen: uiteraard ….staat ook hier weer een warme maaltijd voor ons klaar, kenmerkend voor de gastvrijheid hier. Terwijl we ons tegoed doen aan het prima eten (soep, gebakken aardappelen, sla en schnitzeltjes) praten we ook hier elkaar wederzijds bij over de toestand in Rijssen en hier in Roemenië. Voor Denes en Piroska staat er komend jaar nogal wat aan verandering op til: Denes zal met pensioen gaan en dat houdt dan meteen in dat zij de pastorie hier in Kanyad moeten verlaten. Zij zijn inmiddels in Piroska’s geboortedorp, het nabijgelegen dorp Miklosfalva, bezig een nieuw (houten) huis te bouwen. Dat zal een klein huisje worden, waar geen ruimte is voor overnachting van een aantal gasten……Verder hoopt Timi eind januari een baby te krijgen. Ook zij woont samen met haar man Levente in Miklosfalva, dus zit de familie straks mooi dicht bij elkaar.
Op onze vraag of zij opzien tegen de pensionering van Denes, krijgen we een verbazingwekkend antwoord: er zijn natuurlijk wel dingen die erg zullen veranderen, maar dan is er een ding wel zeker: dat je aan het eind van de maand een zekerheid hebt dat je geld (pensioen) binnenkrijgt.
Tot onze verbazing blijkt, aldus Piroska, dat hun dorp helaas slecht bekend staat om de betaling van hun kerkelijke verplichtingen en onderhoud van hun predikant. Het komt nu regelmatig voor dat Denes langs de deuren moet om de hand op te houden om in zijn levensbehoefte te kunnen voorzien. Eigenlijk dus gewoon bedelen……..te gek voor woorden.
Ook voor dit dorp hebben wij nog een flink aantal dozen met kleding en incontinentiemateriaal voor het ziekenhuis waar Timi werkt.

Een aantal schoolkinderen helpt met het uitladen en dat is dan ook zo gepiept. Voor
Piroska en Denes hebben we, behalve een soort kerstpakket met Nederlandse levensmiddelen
en natuurlijk een Edammer kaasje, op hun verzoek nog iets meegenomen: een home-
Ook voor het ziekenhuis in Odorheiul Secuiesc hebben we een dergelijke hometrainer bij ons en Timi zal deze namens ons op het ziekenhuis afleveren, samen met het incontinentiemateriaal. Daar zal men ongetwijfeld ook erg blij zijn met deze spullen.
In de loop van de middag vertrekken we gezamenlijk naar een paar oude bekenden in een dorpje verderop “aan het eind van de wereld” : Petek. Daar, in het dorp waar je echt het gevoel hebt dat je in 1800 ….zoveel rondloopt, ontmoeten we onze oude bekenden Deszö en Ida. Zij zijn ook erg blij ons weer te ontmoeten en……..u raadt het al: ook hier staat weer een uitgebreide warme maaltijd voor ons klaar. Aanvallen dus maar weer. Ondertussen bespreken we hier ook weer allerlei belangrijke en minder belangrijke zaken en passeren verschillende personen de revue. Ook bekijken we de door Deszö zelf aangelegde badkamer en keuken, die hij helemaal zelf afwerkte, met gebruikmaking van door ons geschonken meubilair.

Op deze manier kan de stokoude vader van Deszö (ruim in de negentig) ook nog eens een keer fatsoenlijk gewassen worden of onder de douche, een weldaad zal dat zijn voor deze mensen. Het ziet er allemaal keurig uit en we prijzen zijn vakmanschap. Van zijn onwillige pols en duim blijkt hij gelukkig geen last meer te hebben. In de kleine woonkeuken is het lekker warm en gezellig.

In dit keukentje leeft de familie dan ook een groot deel van de winter, simpelweg omdat dat makkelijker warm te krijgen en te houden is dan het grotere woonhuis. Ook Deszö en Ida zijn blij met de doos met Hollandse geschenken en daarop moet wel weer een palinka worden gedronken. Nou, vooruit, eentje dan. Daarna moet je het glaasje in je borstzakje steken, anders is het glas voor je het weet weer bijgevuld en dat is nou net niet onze bedoeling.
Het is en blijft een manco dat we niet rechtstreeks met deze allervriendelijkste mensen kunnen praten, het moet altijd via een Hongaarstalige tolk en dat belemmert toch wel eens wat. Het is in het begin van de avond als we hier ook weer afscheid nemen en beloven moeten dat we weer terug zullen komen in het voorjaar. We beloven dat we ons best zullen doen, maar zeker is nog niets…..
Door de prachtige besneeuwde bergen, beschenen met de schijnwerpers van de auto, rijden we terug naar Kanyad. Stiekem hopen we onderweg een beer tegen te komen, want er zijn er meer dan voldoende in dit gebied tussen Petek en Kanyad. Trouwens, in heel het bergland langs de Karpaten komt de bruine beer veel voor. Het is onderhand bijna een plaag aan het worden in dit gebied, zo wordt ons verteld. De beer rukt steeds verder op richting de bewoonde gebieden, op zoek naar voedsel dat vaak makkelijk te krijgen is op de erven van de woningen en boerderijen. De mensen mijden onderhand echt het alleen in het donker over straat gaan, bang als ze zijn voor de beer.
Eenmaal weer veilig aangekomen inde warme pastorie in Kanyad zitten we nog lekker een tijdje met elkaar te babbelen, totdat de klok ook al weer richting middernacht gaat.
Dan zoeken we ons bed maar weer eens op en even later kunnen de beren vermoeden dat hun aantal hier ter plaatse met een stevig tweetal. uitgebreid is.
De volgende morgen om half zeven loopt de wekker al weer af en na het wassen en scheren volgt een prima ontbijt. Daarna nemen we vlot afscheid van Denes en Piroska, want Piroska moet zo naar school om les te geven. Om half acht starten we de motor dan ook weer en beginnen aan het eerste deel van de terugreis.
Ook nu prijzen we ons gelukkig dat het prachtig mooi vriesweer is, maar dat de wegen redelijk schoon zijn en goed te berijden. Via Christuru Secuiesc rijden we richting Sighisoara, waar we de bus weer voltanken.

Dan volgt een vlotte en mooie rit richting Tirgu Mures, via Cluj Napoca naar Oradea, de grensplaats tussen Roemenië en Hongarije. Opnieuw verbazen en verblijden we ons om de vlotte grenspassage die tegenwoordig mogelijk is en eenmaal in Hongarije zetten we koers richting Debrecen. Vanaf Debrecen nemen we de oude provinciale weg nummer 33 door de Poezsta. Deze weg is zo’n 125 kilometer lang en is onlangs helemaal gerenoveerd en verbreed. Het is een erg rustige weg, waar je bijna altijd constant zo rond de 100 km/u kunt doorrijden. Zo ook nu: er is amper verkeer op deze prima weg en we schieten dan ook lekker op, onderwijl de koelbox, de harde worst en het koffiezetapparaat niet vergetend.
Na zo’n klein anderhalf uur komen we op de autobaan richting Budapest en dan is het
opnieuw zo’n 125 kilometer tot de hoofdstad. We bellen met Joszef en Katalin om
te melden dat we over ongeveer anderhalf uur bij hen hopen te zijn. Ook hier houden
we steeds ons 2-
De warme maaltijd staat al voor ons klaar en dat is traditioneel een maaltijd met
rijst, diverse groenten en kip-

Natuurlijk vertellen we in geuren en kleuren onze belevenissen en Joszef en Katalin horen het geïnteresseerd aan. Wat zijn deze mensen toch ook betrokken bij hun vrienden en kennissen “dort d‘rüben”. We spreken nog wat over algemene zaken en over de plannen die we nu al weer in ons hoofd hebben om daar verder hulp te kunnen bieden. Ook bespreken we ons voornemen om morgenvroeg al weer op tijd te vertrekken om zodoende ook weer zoveel mogelijk overdag te kunnen rijden en ’s avonds redelijk op tijd weer in Rijssen te zijn. Dat houdt jammer genoeg wel in dat we geen tijd zullen hebben om onze oude vriend Joshi te kunnen bezoeken, maar dat is nu dit keer eenmaal niet anders. Katalin belooft om onze doos met kerstgeschenken het komende weekend naar Joshi te brengen en hem namens ons verder bij te praten over de ontwikkelingen.
Dan is het zo al weer elf uur en we willen de volgende morgen om vijf uur wegrijden, dus wordt het een korte nachtrust en we zoeken dan ook snel onze bedden weer op.
De volgende morgen staat we op de afgesproken tijd op, wassen en scheren ons lekker en pakken de persoonlijke bagage weer in en laden dat achter in de bus. We controleren het peil van de oliestand, koelvloeistof etc. omdat we toch weer een hele rit voor de boeg hebben en storten ons dan op het prima ontbijt dat Katalin al weer klaar heeft staan. We vinden het aan de ene kant wel sneu dat we zo vroeg weggaan, dat gaat ook ten koste van haar nachtrust, aan de andere kant is Kati zelf ook altijd wel vroeg op voor de kinderen. Een uur later weggaan hebben we ook wel eens gedaan, maar dan kom je middenin de ochtendspits van deze wereldstad en doe je er minstens een uur over om de stad uit te komen.
Na het ontbijt nemen we afscheid van Katalin en Joszef, die ook wat eerder uit de veren is gekomen. Het afscheid is zoals altijd een afscheid van – en als vrienden.
Klokslag 5 uur rijden we het erf af en merken dat het verkeer in Budapest, dat toch nooit helemaal stilligt, al weer echt op gang begint te komen. Langs de altijd mooi verlichte kades van de Donau rijden we naar het westen en als we de autobaan aan de rand van de stad oprijden, geven we de bus lekker de sporen en met een gangetje van dik 100 km/u snorren we richting Györ. Daar slaan we rechtsaf richting Bratislava en verder richting Praag. Het weer is goed om te rijden, de kachel doet het prima en het koffiezetapparaat niet minder, kortom: we vermaken ons best onderweg.

Vanaf Praag gaat het op Dresden aan en het is al mooi een eindje in de middag als we richting Leipzig rijden. Als de tank weer nodig bijgevuld moet worden, vullen we deze en meteen ook onze magen met een warme hap bij een klein restaurantje. We nemen er niet echt veel tijd voor, want we willen verder. Als we even later weer de autobaan oprijden krijgen we een conflict met een automobilist.
Als Hans op zeker moment naar links wil om voor hem rijdende vrachtwagens in te halen, blijft een groene Citroën Xsara personenauto schuin links achter ons rijden, net ter hoogte van de achterzijde van de aanhanger. Hans geeft al een keer richting aan naar links ten teken dat hij naar links wil, maar de automobilist blijft exact op hetzelfde punt “hangen”. Niet afremmen of even gas bijgeven, nee: gewoon blijven hangen zodat wij niet naar links kunnen. Hans geeft dan een flinke dot gas bij, geeft richting aan naar links en stuurt dan ook naar links. De automobilist achter ons knippert heftig met zijn lichten…….hij doet maar. Als Hans weer naar rechts gaat, komt de automobilist naast ons rijden en gebaart heftig dat wij rechts hadden moeten blijven. Hij wil kennelijk met ons in debat en wijst ons aan dat wij een parkeerplaats op moeten rijden, die in de verte opdoemt. De man gaat voor ons rijden en wijst iedere keer naar rechts, neemt vervolgens ook de afslag de parkeerplaats op en……wij gaan gewoon rechtdoor. We hebben geen tijd voor debatten.
Even verderop komt de man vanaf de parkeerplaats weer achter ons aan en hij gaat weer links van ons rijden, doet het portierraam open en wijst op een embleem op de mouw van zijn overhemd. Oei…..is dat politie in burger?? Hans kijkt nog eens maar kan het niet goed zien. Jan kijkt ook en hij zegt dat het waarschijnlijk iemand van de scouting is met z’n welpenkostuum aan……oke, goed gezien Jan, daar stoppen we zeker niet voor.
De man blijft maar wijzen dat we naar rechts moeten, maar we laten hem rustig z’n gang gaan en wij gaan onze eigen weg. De man blijft ons daarna maar volgen, zeker zo’n 60 kilometer ver!! Ondertussen laat hij zien dat hij telefoneert en hij blijft ons maar wijzen. Wij verwachten eigenlijk wel dat we verderop aan de kant zullen worden gezet door de politie, maar wie we ook zien: geen “witte muizen”. Dan is hij het kennelijk zat en heeft hij in de gaten dat wij niet voor hem aan de kant gaan en hij neemt een afslag en verdwijnt…..
We schieten lekker op en alleen bij de flessenhals Bad Oeynhausen is sprake van vertraging, maar dat is daar altijd. Als we dat eenmaal gehad hebben, is het volgende “mikpunt” al weer de Nederlandse grens. Als we die naderen is het rond de klok van 8 en we bellen even door naar huis dat we rond half negen bij Herman thuis hopen aan te komen. Daar zullen de “achterblijvers” zich verzamelen om ons welkom te heten.
Er mankeren slechts enkele minuten aan de planning als we de Nieuwenhuisstraat inrijden en de combinatie parkeren bij Herman’s huis. Het weerzien met de vrouwen, kinderen en overige vrienden is altijd weer erg prettig. Onder het genot van een kop koffie en een stuk gebak vertellen we onze belevenissen van deze reis.
Daarna pakken we onze eigen spullen uit de bus en vertrekken naar ons eigen huis, om de volgende morgen na een heerlijke nachtrust in eigen bed op tijd bij elkaar te komen en de bus en aanhanger schoon te maken. We maken alles weer netjes en kunnen zo met een gerust hart de bus weer terugbrengen naar Bouwbedrijf Nieuwenhuis, vanaf het begin een trouwe sponsor in het ter beschikking stellen van busjes om de reis te kunnen maken.
Maar er zijn veel meer sponsoren: grote en kleinere. Ieder op zijn of haar eigen plaats en naar eigen vermogen. Wij willen allen heel hartelijk danken voor hun bijdrage en als zij de glunderende gezichtjes van de kliniek zien: daarvoor doen wij het ook.
Boven alles dank aan Hem die ons onderweg bewaarde en weer veilig thuis bracht.
Rijssen, Hans Bouman
Jan Bakker.