Hij nodigt ons uit om eens met hem op jacht te gaan. Een bruine beer schieten kost ongeveer 10.000 Euro, maar hij kan wel wat regelen dat het goedkoper wordt. Maar verder wil hij graag dat er gastjagers komen om wilde zwijnen en dergelijke te schieten en dat kost ook niets. Als we hem vertellen dat een kennis van ons een verwoed jager is en ons al eens had aangegeven dat hij wel graag eens op jacht zou gaan in Roemenië, is de man meteen enthousiast.

Hij haalt zijn portemonnee tevoorschijn en wil daar een visitekaartje uithalen. Een van de mannen die er bij staat, ziet dit aan en vervolgens pakt hij heel brutaal een bankbiljet uit de portemonnee van de burgemeester, daarbij opmerkend: daar hebben we veel meer aan dan aan een visitekaartje. De burgemeester kijkt eerst verbaasd maar dan schiet hij weer in de lach en zegt: oke, hou het maar, dat geld is voor jou. Waarop de “zakkenroller” antwoordt: nou, bedankt dan maar, maar het is niet voor mij maar voor de kerk en hij geeft het geld aan de diakenen…….

Zo langzamerhand vinden we het mooi geweest en we trekken ons tactisch terug naar de pastorie, waar Ilona al bezig is met het middageten. We zitten even gezellig bij elkaar in de huiskamer (voor Ilona, Janosz en Katalin tevens de slaapkamer) en bespreken de mogelijkheden en de aanpak van het transporteren van hulpgoederen die inmiddels per vrachtauto vanuit Rijssen onderweg zijn naar Roemenië. Een transportbedrijf uit de omgeving van Rijssen is bereid voor onze stichting en voor een zuster-organisatie, stichting Lelei Baratjai, goederen naar Roemenië te brengen. De beste man heeft echter niet de tijd om de goederen hier helemaal naar Covasna te brengen. Hij brengt de goederen naar Lelei, een plaatsje net over de grens Hongarije-Roemenië. Maar dan moet ons deel nog wel zo’n 500 kilometer verder getransporteerd worden. Janosz heeft een transporteur gevonden die de goederen als retourvracht mee wil nemen, maar daar hangt natuurlijk wel een kostenplaatje aan. We bespreken dit en zeggen toe dat deze kosten voor onze rekening zullen zijn. Even later komt er een ons bekende man binnen, het blijkt de predikant van het naastgelegen dorp te zijn. Wij hebben hem in juni al ontmoet. Kort daarna komt er weer bezoek: de predikant van een ander dorp komt ook even langs, samen met zijn vrouw. Zijn ze nieuwsgierig hoe de Hollanders er uitzien ? Nou ja, dat moet dan wel een beetje meevallen, of niet???

Het begint al een beetje te schemeren en we realiseren ons dan dat we nog een paar foto’s moeten maken op speciaal verzoek: we hebben van het bedrijf Twente Milieu uit Enschede een grote partij nieuwe en zo goed als nieuwe kleding gekregen waar een verkeerd logo op was gekomen. Prachtige bodywarmers, dikke overjassen, T-shirts, poloshirts, spijkerbroeken….. dozen vol. Fijn dat wij dit konden krijgen, anders was het waarschijnlijk de verbrandingsoven in gegaan. Maar als wij het goed konden besteden in Roemenië dan mocht dat wel, maar het mocht in ieder geval niet in Nederland worden gedragen. Nou, daar redden wij ons best mee en men kan er van verzekerd zijn dat het daar goed terecht komt. We vragen een paar jongelui uit het dorp om wat van die kleding aan te trekken en voor ons te poseren. Zo kunnen we ook laten zien met foto’s dat het daar terecht is gekomen. Beste leu van Twente Milieu: nog meunig bedankt !

 

 

wpa9970601.jpg

 

 

We gaan weer naar binnen en daar is de tafel inmiddels gedekt en het is geen vraag of iedereen mee gaat eten: iedereen die daar dan is eet gewoon mee, dat is gastvrijheid en gebruik. Zo zitten we met een heel gezelschap aan tafel en genieten van een smakelijke maaltijd. Verbazend iedere keer hoe men van eenvoudige ingrediënten weer een prima maaltijd weet te maken. Armoe maakt inventief en creatief, dat blijkt maar weer eens.

Na de maaltijd zitten we in de woonkamer nog even na te praten terwijl de vrouwen de afwas doen. De predikanten overleggen met elkaar hoe de door ons gebrachte goederen en kleding het best verdeeld kunnen worden. Het zal allicht teveel kleding zijn voor alleen dit kleine dorpje. Men spreekt af dat ook de bevolking van andere dorpjes hier (goedkoop) kleding kan komen halen, maar de opbrengst is wel voor dit dorp van Janosz. Als dit besproken is en wij onze goedkeuring daar aan hebben gegeven gaan de “gastpredikanten” weer terug naar hun eigen dorp. Het is inmiddels al donker. De warmte in de kamer is nu prettig en enkelen van ons moeten oppassen dat je niet in slaap valt. Ach, wij passen daar nog wel wat voor op, maar een van de vrouwen doet daar niet zo moeilijk over: zij valt, zittend op de slaapbank, gewoon omver en knapt gedurende een ruim half uur, een heerlijk uiltje…..

wp86b14ab5.jpg

Als het tegen half elf loopt is het toch tijd om zelf ook eens plat te gaan. We willen nog even iets uit onze bus pakken en lopen het erf op. Tsjongejonge, wat is het hier donker. Dat was gisteravond toch niet zo? We zien dan dat de openbare straatverlichting, bestaande uit welgeteld 1 lichtmast tussen de kerk en de pastorie en zelfs ook nog 1 lichtmast aan het andere eind van het dorp, niet brandt. We vragen Janosz of de verlichting kapot is. Dan komt het zeer eenvoudige antwoord van Janosz : de lichtmasten moeten door de “lantaarnopsteker” aangestoken worden met een knop. En als de beste man op tijd naar bed wil, doet hij voor in de avond de lichten aan. Moet hij op visite en komt hij later thuis, dan gaat het licht ook pas laat aan…….simpel toch ? Was ist problem ? Een uurtje later merken we inderdaad dat het licht ineens aan gaat en zien we tussen de gordijnen door de man weglopen…..hoe lang is dat geleden dat er bij ons lantaarnopstekers in dienst waren????

Nadat we nog een tijdje gezellig hebben zitten praten vinden wij het ook wel weer tijd om te gaan slapen. De tijd dat men hier naar bed gaat ligt toch wel anders dan bij ons: zo tegen 10 uur ’s avonds gaat men gewoonlijk toch wel naar bed. Dat is voor onze biologische klok dan weliswaar 9 uur, maar we gaan toch ook maar “plat” en: “plat, doar is niks mis met”, om maar met Herman Finkers te spreken.

De volgende morgen zijn we op tijd weer op en nadat we ons om beurten gewassen en geschoren hebben schuiven we in de keuken aan tafel voor een goed ontbijt. Ilona en Katalin waren al vroeger op en zijn al het dorp in geweest naar de winkel om brood te kopen. Echter…..de winkel was gesloten en dus is er geen (vers) brood. Dan maar een wat ouder brood uit de kast. Later horen we dat de enige “winkel” in het dorp openingstijden heeft net zoals bij ons de NS als credo heeft: tijden bij benadering…. Komt het de winkelier niet uit dat de winkel geopend is, dan blijft de winkel toch gewoon gesloten ? No problem…..

Over “no problem”gesproken: Janosz vertelt ons dat hij nog steeds geen foto’s had ontvangen die wij hem per post hadden toegestuurd, een week of drie geleden al. Maar, zegt hij, misschien dat deze onderweg zijn, want men heeft al ruim 3 weken geen post meer ontvangen. Geen post meer ontvangen? Nee, en dat is op zich niet zo erg, want dan krijg je ook geen rekeningen toegestuurd. Maar waarom komt er dan geen post? Tsja, dat is wel heel eenvoudig: de postbode is ziek en dan komt er geen post….. lastig, maar: no problem.

Na het ontbijt besluiten we het dorp eens verder te verkennen en het schooltje te bezoeken. We lopen richting het Kulturhus en daar tegenover staat een winkeltje, Magazin Mixt. Het winkeltje is nog steeds gesloten en wij denken dat dat ook maar beter is. Tsjonge, wat een armetierig spul. We lopen verder en komen een paar kinderen tegen, die door Janosz aangesproken worden. Janosz vertelt even later dat we hier eigenlijk een heel oud probleem zien: de kinderen gaan niet naar school alhoewel ze dat eigenlijk wel zouden moeten. Maar de ouders sturen de kinderen niet naar school maar nemen de kinderen mee om de oogst binnen te halen. Op zich misschien wel begrijpelijk, maar niet juist. De jongste kinderen worden dan wel naar school gestuurd, want daar wordt er dan op hen gepast en ze krijgen ook meteen brood en drinken……

We komen bij het schooltje aan en bekijken het gebouw eerst aan de buitenzijde. Dat lijkt op zich nog wel redelijk goed. Het schoolplein bestaat uit een vrij ruime grasvlakte, maar zonder speeltoestellen. Achter op het veld staat een houten gebouwtje met 2 deuren: de toiletten. Gewoon een gat in de grond met daarboven een plank met een gat er in. Hygiëne ? Nou nee, niet echt

 

 

 

 

 

wp2e8f2f4e.jpg

 

 

In het schooltje worden we welkom geheten door de 2 leraressen die ieder een lokaal met een aantal kinderen hebben. De lokalen zijn schemerig tot donker, er hangen 3 lampjes aan het plafond waarvan er maar 1 licht geeft.

 

wp465d042a.jpg

 

 

De anderen zijn kapot. Ach, beste lezer: als ik dit schrijf, komt er maar 1 ding in mij op: ik kan de situatie op het schooltje eigenlijk met geen woorden beschrijven en toch doe ik het, met maar één woord: schandalig ! Op enkele plekken kun je zo door het plafond naar buiten kijken. Ook het meubilair, de schoolborden, alles valt onder dezelfde noemer.

 

wpe58fd536.jpg

 

wpf154d530.jpg

 

 

 

Ik durf hardop te zeggen dat ieder van u die thuis een hond houdt, een beter verblijf voor die hond heeft dan het hok waarin

deze kinderen moeten zitten op school….. en dan te bedenken dat dit land over een paar maanden toe mag treden tot de Europese Unie. Ik kan er niets anders van zeggen dan dat dit alleen maar een politieke beslissing kan zijn

IIk  

wp9b47fd24.jpg

Als we het schooltje verlaten zien we dat Katalin loopt te huilen. We vragen wat er aan de hand is, heeft ze misschien hoofdpijn of zoiets? Maar Katalin is emotioneel zo geraakt door wat wij hier zagen, dat ze helemaal van de kaart is. Ze stamelt: en dat op slechts 700 kilometer afstand van Boedapest…..tsja, maar dan ook zo ongeveer 700 jaar terug in de tijd.

Als we verder lopen door het dorp praten we hier natuurlijk over door. We zijn er zelf ook door geraakt en zoals al eens eerder gezegd, blijkt hier nu ook weer: ieder nadeel heeft z’n voordeel en in dat geval is dit een stuk inzicht in problemen die we zelf eerst zagen maar die nu opgelost zijn:

Natuurlijk hebben wij veel bekenden en ook vrienden in dit deel van Roemenië en die willen allemaal heel graag dat wij bij hen komen. Niet alleen maar om goederen te brengen, maar ook vanwege de vriendschap. Dat weten we heel goed en we zitten nog wel eens te dubben hoe we dat allemaal in een week tijd moeten inpassen. Onze vrienden in diverse dorpen vinden het maar niets dat die Hollanders altijd haast hebben en altijd weer verder moeten. Er wordt vaak aan ons gevraagd om nu eens een paar dagen of een week te blijven, er zijn nog zoveel mooie dingen te zien in de omgeving.

Nu zijn we allemaal tot het inzicht gekomen dat deze vriendschap en gastvrijheid heel waardevol is en dat wij dat ook van onze kant echt waarderen en koesteren. Maar waarom komen wij (nu al meer dan 15 jaar) in de eerste plaats in Roemenië? Om hulp te verlenen aan mensen in armetierige omstandigheden. Dat komt dan ook op de eerste plaats, al het andere komt op volgende plaatsen. Dat staat voor ons als een paal boven water en die nood is hier in dit dorp en dit schooltje erg hoog.

We lopen verder en bezoeken ook de buitenkant van het dorp. We komen langs een vrij normaal huis maar de bewoning is niet vrij normaal: in het huis wonen maar liefst 42 zigeuners, volwassenen en kinderen. Echt veel problemen zijn er niet met deze mensen en ze hebben zelfs meegeholpen het monument te realiseren. Af en toe, als er teveel aan Bacchus is geofferd, zijn er wel eens problemen, maar nadat de roes is uitgeslapen, komt het wel weer redelijk goed. Onderweg spreken we nog een aantal mensen en Janosz lijkt in de paar maanden die hij hier is, zijn plek te hebben gevonden en geaccepteerd te zijn.

wp1873e712.jpg

 

Weer bij de pastorie aangekomen moeten we van zoon Laszlo meelopen naar de schuur, waar hij een werkplaatsje heeft voor zijn houtsnijwerk. Vervolgens laat hij ons een paar stukken houtsnijwerk zien, die hij op ons verzoek en naar aanleiding van een aan hem gegeven foto heeft gemaakt. De Schildkerk in Rijssen en de Stadspomp staan keurig in hout uitgesneden. We zijn er blij mee en hij zal op ons verzoek nog een aantal exemplaren gaan maken. De eerste paar kunnen we al meenemen naar huis om te laten zien. Laszlo wil graag zijn werk maken van het houtsnijden en wij gaan bekijken of wij hem daarbij kunnen helpen, om zodoende inkomsten voor hem te krijgen. We zullen zien of wij een aantal van deze houtsnijwerken “aan de man” kunnen brengen in Rijssen. Heeft u belangstelling? Vraag er gerust even naar.

wp7e876625.jpg

Uiteraard willen we ook even de kerk bekijken. Het kerkje blijkt van binnen er eigenlijk best wel mooi uit te zien met veel mooie muurschilderingen. Maar de toestand van de muren is erg slecht. De muren hangen helemaal naar binnen, waardoor zelfs de banken in de kerk in de verdrukking zijn gekomen. De toren blijkt helemaal in zeer slechte staat te zijn. Hier is renovatie zeer dringend nodig. De toren is eigenlijk te gevaarlijk om te beklimmen. Bij ons zou gezegd worden: shovel er voor….. Restaureren staat op het programma, maar wij denken dat dat een paar jaar te laat opgestart wordt. We vrezen dat de eerste de beste herfststorm de toren zal doen sneuvelen. Hopelijk komen de toegezegde gelden nog op tijd binnen en kan men nog op tijd beginnen met het behoud van dit karakteristieke kerkje…..

wpe83a3961_0f.jpg

 

 

Na het middageten vraagt Janosz of het mogelijk is dat we met onze bus dochter “Bobo” wegbrengen naar Sfanthu Gheorghe, omdat zij met de bus naar haar “oude” school moet in Odorheiul Secuiesc, zo’n 120 kilometer verderop. De bus doet daar maar liefst 5 uur over !!! We zouden dan meteen wat boodschappen kunnen doen.

Als de familie Albert boodschappen moet doen is men in principe aangewezen op het stadje Sfanthu Gheorghe. Daar werken ook twee zoons van hen. Om daar te komen moet men eerst zo’n 2 kilometer lopen naar de verharde weg waar de bus langs komt. Wil Ilona dus inkopen doen, dan moet zij eerst die afstand lopen en zorgen dat zij ’s morgens om 9 uur aan de verharde weg is zodat zij de bus kan nemen. Inkopen kan zij dan op haar gemak doen, want de bus gaat pas ’s middags om kwart over vier terug en zij is dan tegen half zes weer thuis, waarbij zij dan de laatste kilometers moet lopen met de boodschappen.

Voor ons is het uiteraard geen probleem dit voor hen te doen dus: allemaal in de bus (met wat geïmproviseerde zitplaatsen achterin) en zo vertrekken we naar “de grote stad”. Daar aangekomen loodst Janosz ons naar het industrieterrein waar warempel een modern ogende supermarkt staat van de firma BILLA. In de supermarkt lijkt ons zo te zien van alles wel te koop en het ziet er keurig uit, dat mag gerust gezegd worden. De prijzen zijn, voor ons, alleszins redelijk tot goedkoop, maar voor de burgers daar is het toch echt niet goedkoop. Ilona neemt een mandje en kiest zorgvuldig een paar dingen uit die het gezin echt nodig heeft. We kunnen dit niet over ons hart verkrijgen en we halen een karretje en pakken dit mooi vol met de noodzakelijke dingen zoals waspoeder etc. Janosz vindt het echter niet zo heel erg mooi, hij schaamt zich…..

Ondertussen nemen we zelf ook een paar dozen wijn mee, want die is hier best heel goed en goedkoop. Verder kopen we nog een kleine lekkernij voor Bobo voor onderweg in de bus. Dan begeven we ons naar de kassa, waar inmiddels 2 beveiligingsmensen in uniform ons opwachten. Kennelijk vertrouwen ze het niet als mensen de kar zo volpakken….. Als Hans, als “Finanz-minister”, de boodschappen wil betalen met zijn VISA-card (waarmee je volgens stickers in de zaak kunt betalen) blijkt dat de kaart niet geaccepteerd wordt. Nog een keer proberen dus en als het dan weer niet lukt, proberen we het geen derde keer, voor de kaart geblokkeerd wordt. Dan maar een andere bankkaart, maar die blijkt ook niet te werken. De beveiligingsmensen beginnen al nerveus te worden en zullen wel gedacht hebben dat we de zaak willen flessen met onze boodschappen en flessen. Na enkele pasjes geprobeerd te hebben en alle niet bleken te werken, kwam het personeel er achter dat het ook wel eens aan hun apparatuur kon liggen. Hans gaat een eindje verderop naar een gewone geldautomaat en pint daar dan het benodigde geld contant en het pasje werkt probleemloos. Amper 10 minuten later wordt Hans gebeld vanuit Nederland. De centrale van VISA belt omdat men een verdachte beweging heeft gezien: in Roemenië wordt getracht te betalen met een pasje uit Nederland. Hans stelt de centrale gerust door aan te geven dat hij zelf inderdaad geprobeerd heeft met dat pasje te betalen. Toch heel attent en correct dat men zo meekijkt en oplet. Voor hetzelfde geld zou een pasje ontvreemd kunnen zijn en dat kan heel vervelende gevolgen hebben.

Janosz vertelt dat twee van zijn drie zoons die nog thuis zijn, werken in deze plaats Sfanthu Gheorghe. Om op hun werk te komen moeten ze ’s morgens al vroeg op en lopend naar de doorgaande weg. De jongens verdienen ieder ongeveer 90 Euro per maand, maar daar gaat direct al bijna 30 Euro af voor de buskosten……. Daar blijft dus niet zo gek veel over.

 

wp76de5295.jpg

 

Als we Bobo op het busstation af hebben gezet en uit hebben gezwaaid, gaan we terug naar “ons dorp”. Bij de pastorie aangekomen laden we de boodschappen uit en Janosz vraagt hem te helpen met een eigen gemaakte kruising tussen een barbecue en een sköttelbraai. Eerst wordt met kleine aanmaakhoutjes een vuurtje aangelegd, waar dan weer grotere blokken hout bij gelegd worden. Als het eenmaal goed brandt, komt er een driepoot boven te staan waaraan een ijzeren plaat hangt.

In deze komvormige plaat smelt Janosz eerst wat dikke stukken vet, daarna worden er lapjes vlees ingelegd die vrolijk beginnen te spetteren en bakken. Het vlees is niet al te mager, waardoor de laag spekvet onder in de “sköttelbraai” aardig wat van een zwembadje begint weg te krijgen. Als uiteindelijk al het vlees gebraden is, gaat het in een schaal naar binnen, waar Ilona en Katalin voor de rest van het eten hebben gezorgd.

En dat spekvet wordt zeker weggekieperd ? Nee hoor ! Janosz komt terug uit de keuken met een paar flinke hompen brood, die hij in grote brokken verdeelt. Dan gaan de hompen brood in het spekvet. Het brood zuigt zich als een spons vol met het vet en dat wordt daarna heerlijk opgegeten. Tsja, beetje vet, maar verder…….

wp618aade1.jpg

Als het eten gedaan is, is de avond al weer een mooi eind gevorderd en we hebben de volgende dag nog weer een hele reis voor de boeg. We praten nog wat na en hebben een paar plannen voor de toekomst die heel mooi zouden zijn voor dit dorp. Maar het is nog te vroeg om daar nu al iets over te schrijven, dus blijft dat nog even binnenskamers. De tijd gaat weer snel en we zoeken tegen 11 uur ons bed op. We laten de buitendeur maar weer open staan, het is weer warm genoeg op de slaapkamer.

De volgende morgen staan we vroeg op want we willen bijtijds weer op pad. Zo’n dikke 700 kilometer waarvan bijna 500 over tweebaansweg door Roemenië vraagt nogal wat tijd. Ilona schotelt ons weer een goed ontbijt voor en als dat achter de kiezen is, pakken we onze persoonlijke bagage in en pakken dat in de bestelbus. Dan is het tijd om afscheid te nemen van deze familie, die ons zo na aan het hart ligt. Maar we weten allemaal waar we mee bezig zijn en wat er nog te doen is, dat geef moed en vertrouwen naar de toekomst. We nemen afscheid en worden door de familie Albert en nogal wat buren en mensen die “toevallig” langskwamen uitgezwaaid.

We hobbelen de eerste kilometers mooi rustig over de zandweg en genieten van de werkelijk schitterende omgeving. Als we de verharde weg eenmaal hebben bereikt (zonder beren tegen te komen….) geven we wat meer gas. Onderweg bespreken we in alle rust met elkaar onze belevenissen van deze dagen nog eens door. We hebben veel meegemaakt, veel indrukken opgedaan en genoeg gezien waar we verder mee kunnen. Onderweg zetten we een paar keer een lekker bakje koffie terwijl de overige versnaperingen ook niet onaangeroerd blijven.

Na zo’n 7 uur rijden bereiken we de grens Roemenië-Hongarije en het is gelukkig niet erg druk aan de grens. We kunnen kiezen tussen 2 rijden auto’s en (uiteraard) sluiten we aan in de rij die achteraf de meest trage blijkt te zijn. De grenscontroleur blijkt niet z’n meest aktieve dag te hebben en we schieten maar heel langzaam op. Soms staan we zeker 20 minuten te wachten voor er weer een auto verder kan. Als we uiteindelijk zelf aan de beurt zijn en de paspoorten afgeven, kunnen we binnen een halve minuut weer doorrijden….. dat kan maar aan één ding liggen……..

Als we de grens over zijn slaken we altijd toch weer een lichte zucht van verlichting. Niet meer zo erg als jaren geleden, maar toch nog wel wat….. als je iets overkomt, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, kun je toch weer beter in ieder geval in Hongarije zijn. We rijden via Debrecen in de richting van de autobaan en na een kleine 3 uur rijden zijn we in Boedapest. In de pastorie aan de Frangepan-utca worden we hartelijk welkom geheten door de overige “Szloboda’s”. Natuurlijk moeten we uitgebreid vertellen wat er zoal gebeurd is, maar dat doen we met plezier.

Na het avondeten met als traditioneel menu rijst met gebraden kip in honingsaus, pakken we de persoonlijke bagage uit de bus en brengen dat naar boven, naar onze slaapvertrekken. Daar zitten we nog even gezellig bij elkaar en het duurt niet al te lang als het bed ons zo uitnodigend toelacht dat we na een laatste klein slaapmutsje besluiten toe te geven aan de uitnodiging: knorren dat het een lieve lust is.

De volgende morgen is het voor ons doen al vrij laat (rond 9 uur) als we aan het ontbijt schuiven dat Katalin voor ons heeft klaargezet. De kinderen zijn naar school, Katalin moest ook les geven en Joszef moest een uitvaartdienst leiden en is dus ook weg. Maar we redden ons prima alleen. Na het ontbijt besluiten we de auto nog even weer te controleren op oliepeil, koelvloeistof etc. en als dat allemaal goed is, lopen we even naar de Chinese markt die in de buurt is. Daar schuifelen we langs de vele kraampjes met allerlei snuisterijen, goedkope elektronica en kleding. Altijd wel grappig om eens langs te lopen en om een paar dingen te kopen, zoals bijvoorbeeld blanco CD’s om te branden. Goedkoop, dus dan willen die Hollanders het wel hebben….

Tegen de middag komt Katalin weer naar huis en we gebruiken samen de lunch. We bespreken het programma voor de middag en avond en de planning van de terugreis naar huis. We gaan na de lunch samen naar onze oude vriend Joshi en zijn vrouw. Hij ging vanaf het begin met ons mee naar Roemenië als gids, maar is na een complexe operatie en een val invalide geraakt en gekluisterd aan een rolstoel. Wat zouden we hem graag nog eens meenemen naar Roemenië, maar door allerlei bijkomende lichamelijke problemen kan dat eenvoudig niet meer.

wp3d501aae_0f.jpg

Voor Joshi hebben we natuurlijk ook een pakket levensmiddelen meegenomen en bovendien een matras met vloeistofdichte gummi laag. Dat wilde zijn vrouw graag voor hem hebben en wij hadden er toevallig nog een liggen, dus was aan dat verzoek eenvoudig te voldoen. We zitten zo een kleine 2 uur lekker buiten in de tuin bij Joshi en vertellen wat we meegemaakt hebben, daarbij weer gebruik makend van het tolken van Katalin. Maar ook hier komt er weer een tijd van afscheid nemen en we keren terug naar de pastorie, waar Joszef inmiddels ook weer thuis is gekomen.

Na het avondeten zitten we nog een tijd fijn samen koffie te drinken, met ook een aantal van de kinderen er bij en dan wordt het al snel laat. We willen de volgende morgen rond de klok van 6 wegrijden dus rond 5 uur opstaan. Dat houdt dan ook weer in dat we nog een paar uur nachtrust willen meepikken, dus gaan we tegen 11 uur weer plat.

De volgende morgen staan we op tijd op en na de ochtend-gymnastiek en het ontbijt pakken we onze spullen weer in de bus en staan zo rond 6 uur inderdaad klaar om te vertrekken. Typisch Hollands, zeggen de Szloboda’s: alles in kaders van tijd plannen en het klopt ook nog altijd….. Tsja, wij hebben een horloge maar zij hebben de tijd. ’t Is maar de vraag wie beter af is………

We nemen afscheid van onze vrienden in de Frangepan-pastorie en we worden hartelijk uitgezwaaid door Joszef, Katalin en de kinderen, die toch op zijn omdat ze op tijd naar school moeten. Het is toch druk op de weg in Boedapest vanwege de ochtendspits die daar vroeger is dan bij ons en we doen er dan ook bijna een uur over om deze mooie stad te verlaten.

We geven, eenmaal op de autobaan, de bus goed de sporen zonder hem overigens over de kop te jagen. Maar een kruissnelheid van zo rond de 125-130 km/u kan hij best aan en dat schiet echt wel lekker op. De grens met Oostenrijk levert nog wel een controle op maar die is voor ons probleemloos. Daarna zien we amper nog grenzen en we schieten lekker op, ondanks de weer vele Baustellen in Duitsland.

Aan het begin van de avond rijden we Nederland al weer binnen en zo tussen half acht en acht uur parkeren we de auto op de inrit bij Jan’s huis aan de Nijverdalseweg, waar de familie ons op staat te wachten.

We genieten van een lekkere bak koffie met een stuk gebak en natuurlijk moeten we hier ook in het kort wel zo ongeveer de meest opmerkelijke belevenissen vertellen. Maar dat doen we met plezier. We hebben een voldaan gevoel overgehouden aan deze reis en we hebben nog een boel te doen….. dat we een paar weken later ook nog eens werden getroffen door brand in onze opslag, waardoor wat goederen verloren gingen en we een heleboel extra werk kregen, ach…..jammer, kost altijd weer extra geld, maar we gaan door: we doen het met plezier voor die arme sloebers maar o zo lieve mensen zo’n 2250 kilometer verderop. Draag zorg voor elkaar, deel met elkaar….

Iedereen die ons heeft geholpen om deze hulp mogelijk te maken, willen wij dan ook weer bijzonder bedanken. Het is nog steeds hard nodig en het wordt zeer op prijs gesteld, zowel hier als daar !

Rijssen, december 2006.

Hans Bouman.

 

 

wpc6052dc9.png wpc6052dc9.png

REISVERSLAG ROEMENIË-REIS OKTOBER 2006.

********************************************

Het was echt nog midden in de nacht, zo rond de klok van 4 uur, toen op een mooie vrijdagmorgen  medio oktober een bestelbus, volgepakt met goederen, vanuit Rijssen vertrok. Derk Pas kon deze reis niet mee omdat hij zijn snipperdagen hard nodig was omdat zijn dochter Henrieke een woning in Rotterdam had gekocht, en dan moet pa natuurlijk ook bijspringen met klussen& In de auto zaten wel Jan Bakker, Hans Bouman en onze kersverse ridder Herman Zonnebelt, allen bestuurslid van de Stichting  Goederen voor Roemenië te Rijssen.

Enkele weken voor het vertrek was onze voorzitter benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau en kreeg hij de daarbij behorende versierselen ( het zogenaamde  lintje ) opgespeld door de Burgemeester van Rijssen. Herman kreeg deze eervolle onderscheiding wegens zijn afscheid van de vrijwillige brandweer te Rijssen, waar hij 28 jaar lid van was maar waar hij om gezondheidsredenen mee moet stoppen, maar ook vanwege zijn grote betrokkenheid en werk in onze stichting. Herman, nogmaals van harte proficiat met deze onderscheiding en wij zijn er ook best wel wat trots op.

Omdat wij deze keer zonder aanhanger reden, konden we natuurlijk wat sneller opschieten en hadden we het idee opgevat om overdag te rijden, in plaats van onze gebruikelijke nachtritten. Dat is best wel wat vermoeiend, iedere keer een nacht overslaan dus proberen we het een keer op deze manier. Dat kon natuurlijk ook mooi, omdat een week later een truck en trailer vol met goederen vanuit Rijssen naar Roemenië zou vertrekken, met daarin ook een aantal pallets goederen voor onze bestemming.

            Het is mooi rustig op de weg (wat wil je ook als de meeste fatsoenlijke mensen op hun matrasje liggen) en amper een half uur later passeren we achter Enschede de grens met Duitsland. Daar geven we onze bestelbus, opnieuw ter beschikking gesteld door bouwbedrijf Nieuwenhuis te Rijssen, redelijk de sporen. We hebben een vorige keer deze bus ook al eens mee gehad, dus hij weet ook de weg& .. Omdat we uitgerekend hadden dat we wel eens in de ochtendspits in de buurt van Frankfurt konden zitten en het daar flink druk kan zijn, nemen we dit keer autobaan 45, de Sauerland-autobaan.

            We schieten lekker op en zetten onderweg regelmatig een lekker potje verse koffie, terwijl ook de meegebrachte lekkernijen (vooral de harde droge worst) zich regelmatig in onze belangstelling mogen verheugen. Het rijden overdag bevalt ons goed en we schieten toch sneller op dan we gedacht hadden.

Sneller dan we gedacht hadden? Ja, inderdaad, want ondanks alle bouwwerkzaamheden aan de autobanen in Duitsland, en dat zijn er nogal wat, schiet het toch lekker op. Altijd gedacht dat de afkorting B.R.D. betekende: Bundes Republik Deutschland, maar het schijnt nu te zijn: Baustellen Republik Deutschland& ..

We passeren in vlot tempo de grenzen met Oostenrijk en Hongarije en het is nog maar in het begin van de avond als we Boedapest binnenrijden, het eerste reisdoel is bereikt.

            We worden hartelijk ontvangen door dominee Jozsef Szloboda en zijn vrouw Katalin en hun kinderen. Onder het genot van een kop koffie praten we elkaar weer lekker bij en worden de laatste nieuwtjes doorgenomen, al dan niet opgesierd met foto s. Ondertussen gaat Jozsef er even tussenuit om een door ons meegebrachte computer naar een kennis te brengen, die de computer zal voorzien van Hongaarse Windows etc. Een uurtje later is hij al terug en de missie is geslaagd: de computer doet het prima en kan nu goed gebruikt worden voor hongaarstaligen.

            We bespreken met Jozsef en Katalin onze plannen, voor zover deze voor die tijd nog niet besproken waren: we willen op zaterdag direct doorrijden naar Roemenië en wel naar de nieuwe standplaats van onze goeie ouwe vriend Janosz Albert, door ons altijd genoemd als Jan Aolbert, naar een bekende Rijssenaar. Deze predikant heeft na jarenlange problemen (waar hij zelf een deel schuld aan had maar zeker ook anderen schuldig aan waren) nu eindelijk weer een eigen parochie in de provincie Kovasna. In juni waren wij al met hem voor een kort kennismakingsbezoek in het plaatsje Dobolnii de Sus, nu is hij er sinds een paar weken met zijn gezin naar toe verhuisd. We willen verder bekijken wat wij eventueel in dit plaatsje  kunnen doen aan hulpverlening. Daarbij willen we proberen om een breed draagvlak te krijgen binnen de bevolking zodat ook een ieder daar zoveel mogelijk van profiteren kan. Om die reden willen we graag dat Jozsef met ons meegaat als tolk: we zullen immers waarschijnlijk veel Hongaars te horen krijgen en alhoewel we een paar jaar cursus Hongaars hebben gehad, is dat nou niet bepaald de taal waarin we ons vloeiend kunnen uiten.

            Jozsef vertelt ons echter dat hij tot zijn grote spijt niet mee kan: hij heeft teveel werk liggen en daarbij een paar belangrijke vergaderingen en een lezing die hij moet houden op de universiteit. Hij heeft er erg naar uitgezien om met ons mee te gaan, maar het kan gewoon niet en ook daar geldt: wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Maar gelukkig kan Katalin  wel met ons mee en zij spreekt als lerares Hongaars voor Duitstaligen natuurlijk ook heel goed Duits, en: das können wir auch, also keine Probleme& . Het enig punt waarmee Katalin zit is dat zij op woensdagmorgen weer les moet geven en dit niet kan ruilen met een collega. Dus moeten we dinsdagavond weer terug zijn in Boedapest. Dat bekort onze reis, zoals we dat in gedachten hadden, met een dag maar dat houdt dan ook weer in dat we een dag eerder thuis zullen zijn en dat is natuurlijk ook weer geen straf.

            We hebben er al een lange dag op zitten sinds we opgestaan zijn dus als de klok zo tegen elven loopt, gaan we naar onze slaapvertrekken. Hans en Jan nemen nog gauw even een lekkere douchebeurt en dan drinken we nog een afzakkertje. Maar als het middernacht is, is het stil op de kamers.  Nou ja& .stil& er is nog flink wat geronk te horen en dat is niet van overkomende vliegtuigen.

De volgende morgen staan we om half zes op en is Herman aan de beurt om nog even lekker te douchen. Als we allemaal gewassen en geschoren zijn, nemen we beneden samen met Katalin een lekker ontbijt en dan zo rond kwart over zes stappen we in de bus en verlaten het erf van de pastorie aan de Frangepan utca (=straat), uitgezwaaid door Joszef en de kinderen.

We volgen de autobaan vanaf Boedapest in de richting Miskolc en deze is nu al klaar tot aan de afslag richting Debrecen. Het is bij vlagen behoorlijk mistig en misschien is het daarom dat we niet erg op tijd in de gaten hebben dat de brandstof bijna op is. Dat wordt  knijpen maar het gaat goed: werkelijk op de laatste druppel komen we nog net bij een tankstation. Als de tank weer vol is gaat het richting Debrecen en als we die mooie stad achter ons hebben gelaten is het nog een klein uurtje tot aan de Roemeense grens.

Voor de grens staat een behoorlijke rij vrachtwagens, maar daar hoeven wij ons nu niet in te voegen en we sluiten aan in de veel kleinere rij personenauto s. De grenspassage verloopt soepel, natuurlijk worden de paspoorten nagekeken en gestempeld, maar de douane kijkt niet in het laadgedeelte van onze bus, die toch behoorlijk vol zit.

wp08eb4c8d.jpg

Als we na een kleine 20 minuten de grens voorbij zijn gaan we eerst een vignet kopen voor de Roemeense autobanen ( die zijn er weliswaar niet op het traject dat wij gaan, maar we moeten er toch wel een kopen…..als je op de terugweg gecontroleerd wordt aan de grens en je hebt geen vignet, dan kun je toch rekenen op een fikse boete. Dit risico nemen we niet en we kopen dus een vignet. Dat kost niet zo gek veel maar de beambte die het vignet uitschrijft is er wel een kwartier mee bezig….)

We schieten hier ook redelijk vlot op, er is weinig vrachtverkeer op de weg. We rijden de hoofdweg richting Cluj-Napoca en vandaar gaat het via Turda en Ludus richting Tirgu Mures. Zo’n 20 kilometer voor deze grote stad slaan we rechtsaf en snijden zo een heel stuk af. Een nadeel is dat deze weg over het algemeen erg slecht is, te vergelijken met de algehele toestand van de wegen als in de tijd toen we de eerste reizen in dit land maakten. Maar nu zijn we positief verbaasd: de weg is geheel opnieuw geasfalteerd en we kunnen prima doorrijden. Dat scheelt nu inderdaad een heel stuk ! Bij Acatari slaan we weer rechtsaf richting Sighisoara en als we deze “stad van Dracula” voorbij zijn gaat het richting Brasov, ook weer een heel goede weg door een prachtig stuk natuur. Vanaf Brasov gaat het weer “omhoog” richting Sfanthu Gheorghe.

Vanaf Sfanthu Gheorghe is het nog zo’n 35 kilometer over een tweebaansweg tot aan het tankstation waar we afgesproken hebben als de plek waar Janosz ons op zou wachten. Als we net op deze weg zijn (het is inmiddels al weer donker geworden) worden we ingehaald door een truck met oplegger die zo onbenullig rijdt dat we wat extra afstand houden. De chauffeur rijdt echt als een idioot en haalt gewoon in als er wat voor hem rijdt, ongeacht of er tegenliggers aankomen of niet. We zien dan ook een aantal bijna-ongelukken gebeuren en verbazen ons er over dat het nog steeds goed gaat. In een dorpje moet een voerman met paard-en-wagen echt letterlijk van de weg vliegen om niet door de truck geplet te worden. Als we in Nederland waren geweest, hadden we zeker de politie gebeld om deze piraat van de weg te laten plukken……

Als we bij het tankstation komen staat Janosz daar al breed zwaaiend en minstens zo breed lachend op ons te wachten. Een kennis uit het dorp heeft hem en zijn dochter “Bobo” naar het tankstation gebracht.

We begroeten elkaar als echt oude vrienden en gaan dan snel verder, waarbij Bobo graag met ons meerijdt, in zo’n mooie nieuwe bestelbus, met airco, koffiezetapparaat, koelkast, navigatiesysteem etc. Tsja, dat is wel wat anders dan een Dacia zonder stuurbekrachtiging en alleen met ARKO (Alle Ramen Kunnen Open).

Na een kwartiertje rijden komen we dan eindelijk aan in het dorpje, schitterend gelegen aan de voet van de Karpaten. We parkeren de auto op het erf van de pastorie. Daar begroeten we dan ook de drie zoons van Janosz en natuurlijk zijn vrouw Ilona, die ook erg blij is ons weer te zien. We gaan hun “nieuwe” huis binnen en bewonderen de werkzaamheden die Janosz met zijn zoons hier heeft verricht. De woning zag er niet slecht uit (zie ons verslag van juni 2006) maar nu is het zonder twijfel een voor Roemeense begrippen keurige woning met redelijke voorzieningen. Er is zelfs stromend water ! Dat is nog een overblijfsel van jaren geleden, toen we voor Janosz al eens een waterpomp hadden meegenomen. Deze heeft hij nu in een oude put laten zakken en zodoende heeft hij nu stromend water, rechtstreeks uit de bron ! Hij is hiermee de enige in het dorp met stromend water, de rest haalt het water uit de gemeenschappelijke waterbak in het centrum van het dorp, bestemd voor mens en vee…….

We pakken wat spullen en ook persoonlijke bagage uit de auto en richten hiermee al zo’n beetje ons slaapvertrek in. Daarna moeten we aan tafel, want dat is heel gewoon: gasten moeten eerst eten. We laten ons het eten goed smaken en natuurlijk wordt ondertussen heel wat afgepraat over wat er de laatste maanden gebeurd is en wat er voor toekomstplannen zijn. Ook krijgen we een globale schets van de samenstelling van de bevolking in het dorpje, de kerkelijke gemeente en de groep zigeuners die er woont.

Zo brengen we de avond genoeglijk door. De familie zit echt weer lekker in hun vel en dat doet ons goed.

We overhandigen Ilona een grote doos met levensmiddelen uit Holland en dat maakt glunderende gezichten: daar zitten dingen bij die men heel goed kan gebruiken en natuurlijk ook wat extra’s om eens even lekker van te genieten.

Wat ons ook goed doet maar aan de andere kant ook weer raakt is de uitspraak van Janosz en zijn vrouw Ilona:

 

wp1eb7c7eb.jpg

Als jullie er niet waren geweest en ons niet hadden vastgehouden, dan waren wij er nu niet meer geweest………….

Deze uitspraak heeft natuurlijk een geweldige impact…….het geeft aan hoezeer dit gezin geleden heeft maar ook wat hun houvast is geweest in die zo zware tijd. Natuurlijk weten ze dat hun houvast alleen maar met een hoofdletter geschreven kon worden en dat die Houvast van boven kwam, maar daarvoor zijn wij dan wel als gereedschap gebruikt. Ik denk dat wij zelf niet eens altijd beseft hebben wat wij in feite voor dit gezin hebben betekend. Dat maakt je aan de ene kant blij, aan de andere kant besef je dan ook dat je misschien hier en daar nog tekort bent geschoten en dat je misschien nog wel meer had moeten doen…..

 

 

Gelukkig weten we te voorkomen dat de kachel in de slaapkamer nog eens flink wordt opgestookt voor de nacht.

Nog net op tijd weten we de zoons ervan te weerhouden een flinke stapel hout in de kachel te kieperen….het is ons al warm genoeg of eigenlijk te warm in de slaapkamer. Hoe doen jullie dat dan in Holland? Nou, we hebben wel verwarming op de slaapkamers maar die doen we nooit aan….nooit aan?…..rare jongens die Hollanders….

 

Omdat het toch al te warm is, laten we de deur van de slaapkamer die uitkomt op de binnenplaats, de hele nacht maar openstaan. De kans dat er een bruine beer op afkomt is niet zo groot, die slaat toch geheid op de vlucht als hij ons hoort.

 

De volgende morgen staan we mooi op tijd op en als we naar buiten kijken zien we hoe schitterend dit dorpje aan de voet van de bergketen de Karpaten ligt. Janosz, die er al eerder uit was en de kachels al weer opgestookt heeft, vertelt dat de bruine beer hier regelmatig in het dorp komt en bij de mensen in de tuinen het een en ander rooft. Zijn zoons gaan regelmatig ’s morgens rond 5 uur op weg naar hun werk en moeten dan altijd eerst zo’n 2 kilometer lopen naar de verharde weg waar de bus langs komt. Maar zij gaan altijd minimaal met z’n tweeën, bang als ze zijn dat ze onderweg met een beer geconfronteerd worden. Nu schijnt de bruine beer over het algemeen niet zo gevaarlijk te zijn, maar als de beer plotseling in aanraking komt met een mens en hij schrikt, dan kan de beer van schrik aanvallen. Verder kan de beer uit zichzelf aanvallen als je de pech hebt om tussen de beer en haar jongen in te komen, dat ervaart de beer sowieso als gevaar voor de jongen en zal deze verdedigen door de indringer aan te vallen…….

Na een prima ontbijt blijkt dat we ons allemaal netjes in het zondagse pak hebben gekleed. We zullen straks samen naar de kerk gaan waar Janosz de dienst zal leiden. We vragen hoeveel mensen er zo normaliter in de kerkdienst komen. Janosz zegt dat dat er meestal zo rond de 35-40 zijn. Maar soms meer. En als hij dat zegt, dan verschijnt een veelbetekenend lachje om zijn mond…………

Een voordeel als de pastorie naast de kerk staat is dat je niet zo vroeg op pad hoeft. Het is nog maar 3 minuten voor aanvangstijd als we door de tuin naar het kerkgebouwtje lopen. De kerk op zich verkeert in slechte staat en moet hoognodig gerenoveerd worden. Het gebouw staat op de Monumentenlijst en zowel de Staat als de kerk hebben geld toegezegd om het kerkje te renoveren. Vandaar dat de kerkdiensten in het bijbehorende zaaltje worden gehouden.

wp3ead7654.jpg

 

 

Als we het zaaltje binnenkomen staan we stomverbaasd: het zaaltje zit afgeladen vol, er is een bankje voor ons vrijgehouden maar de rest zit zo ongeveer bij elkaar op schoot….. Nieuwsgierige maar vriendelijke blikken worden ons toegeworpen: zijn dat nou die Hollanders ?? Ja, dat zijn wij. We knikken vriendelijk naar de mensen en nemen plaats. Janosz verschijnt kort daarop in toga en heet de mensen welkom en heet ons ook welkom. Van de dienst op zich krijgen we niet zoveel mee, daarvoor is de kennis van de Hongaarse taal ontoereikend. Toch doet het gevoel ook zeker wat en het geeft een goed gevoel om hier zo bij elkaar te zijn.

Als de dienst afgelopen is en de mensen het zaaltje verlaten blijft echt iedereen op het pleintje voor de zaal staan. Ook wij worden verzocht om even te blijven staan, want er is nog een verrassing…… Even later vraagt Janosz ons om met hem mee te lopen. We verlaten het terrein rond de kerkzaal en lopen de zandweg door het dorp op, gevolgd door de mensen die in de kerk waren. Ondertussen voegen zich nog andere mensen bij de stoet. Na een 200 meter gelopen te hebben komen we bij een kruispunt aan het ander eind van het dorp. Er staat een wit gebouw met een bord aan de gevel: Kulturotthon. Dat betekent Kultuurhuis, zover reikt onze kennis van het Hongaars wel. In de voortuin van het Kultuurhuis (zeg dus maar: het dorpshuis) staat iets onder een puntig afdak. We kunnen niet zien wat het is, want het is afgedekt met een groot wit laken.

De mensen (het is inmiddels een aardige menigte geworden) vormen een halve kring op de straat en Janosz loopt de voortuin in en vraagt of Herman met hem mee wil komen. In de tuin begint Janosz een geschiedenis te vertellen, die voor ons door Katalin in het Duits vertaald wordt. In het kort komt het hier ongeveer op neer:   

 

 

wpbb1ad0e0.jpg

 

 

Het laatste jaar waarin het Hongaarse volk als een grote eenheid onder de Habsburgse monarchie leefde was in 1886. Sedert die tijd is er heel veel gebeurd met het Hongaarse volk. Zo maakten zij 2 wereldoorlogen mee, werd het Hongaarse volk en gebied opgedeeld bij andere landen waaronder Roemenië en werden zij lange tijd onderdrukt door de communistische regimes. Toen men onder het bewind van dictator Ceaucescu wegkwam, was het nog niet alles zoals men wenst. Zo was er tijden in dit dorp geen eigen predikant en was er toch wel wat verdeeldheid in het dorp. Toch is het goed, aldus Janosz, dat er nu een einde komt aan alles wat achter hen ligt en gezamenlijk naar de toekomst te kijken en aan de toekomst te werken. Janosz verwijst hierbij naar de Bijbelse geschiedenis van Jakob als hij een gedenkteken bouwt en die plaats een naam geeft: Eben Haëzer….. tot hiertoe heeft ons de Here geholpen. Dit wil Janosz dan ook onderstrepen en daarom is er ook een gedenkteken gemaakt. Hij vraagt vervolgens of de voorzitter van de kerkvoogdij, de curator, samen met Herman het kleed weg wil halen. Als beide mannen dit doen, komt een ouderwetse brandweerpomp tevoorschijn, zo’n handbediende pomp waar aan weerszijden aan gezwengeld moet worden om water op te pompen.

De brandweerpomp heeft natuurlijk affiniteit naar Herman, die jarenlang bij de brandweer was, maar heel treffend is natuurlijk ook het fabrikage-jaartal van de prachtig gerestaureerde pomp: 1886 en dat klikt feilloos aan het jaartal dat ik hierboven noemde.

wp2ec49756.jpg

 

Janosz vertelt dat deze oude brandweerpomp tot eind jaren zestig nog gebruikt werd in het dorp maar daarna in verval raakte. Als er nu brandweer nodig is, moet deze uit een naburige plaats komen en is minstens 30 tot 40 minuten onderweg….. dan hoeft het meestal al niet meer.

Janosz vertelt verder dat hij, toen hij dit toch wat verdeelde dorp in juni dit jaar zag, voelde dat hij iets moest doen voor de bevolking in dit dorp en dan niet alleen voor zijn kerkelijke parochie, maar voor de hele bevolking, zo’n 350 – 400 mensen. Daarom voerde hij vele gesprekken met allerlei mensen in het dorp en wist hen zover te krijgen dat men enthousiast raakte om het verleden te laten rusten en samen verder te werken aan de toekomst. Zo kreeg Janosz het gedaan dat deze oude brandweerpomp helemaal gerestaureerd werd door mensen uit alle hoeken van het dorp, zelfs ook door een aantal mensen uit de zigeunerbevolking die aan de rand van het dorp woont.

Na de onthulling vraagt de curator of er nog iemand is die iets wil zeggen en Hans wil bij deze gelegenheid wel iets zeggen, waarbij Katalin voor de vertaling zorgt. Hans zegt blij te zijn dat wij hier met elkaar deze feestelijke gebeurtenis mee mogen maken en vooral dat men inziet dat men samen verder moet werken aan de toekomst. Dat geeft verantwoordelijkheid naar elkaar toe. Hans verwijst naar wat Paulus zegt in zijn brief aan de Galaten: draag zorg voor elkaar, deel met elkaar. Dat is een stukje huiswerk voor ons allemaal…….

 

wpbf4f5b17.jpg

 

Jan, onze hoffotograaf, zorgt dat alles keurig op de gevoelige plaat wordt vastgelegd. In totaal heeft Jan een paar honderd foto’s gemaakt deze reis…..om van de overige reizen nog maar niet te spreken. Maar als de foto’s uiteindelijk allemaal op CD staan, is het prachtig te gebruiken als herinneringsmateriaal maar zeker ook om andere mensen een presentatie te kunnen geven van waar wij mee bezig zijn.

Dan gaat de hele kolonne weer lopend terug naar de kerkzaal, waar inmiddels allemaal tafels staan met allerlei zelfgebakken koek en met frisdrank en hier en daar een wijntje.

We bewegen ons op ons gemak tussen de mensen en maken hier en daar een praatje. Een enkeling spreekt een paar woorden Engels, hier en daar is iemand die een beetje Duits spreekt en ze vinden het prachtig dat wij ook nog een beetje in het Hongaars kunnen zeggen.

Katalin vangt ondertussen nog een mooi gesprek op tussen twee vrouwen die met elkaar staan de praten. De ene vrouw zegt tegen de ander dat zij onlangs wat etenswaar van de oogst van het land had weggebracht naar dominee Albert Janosz. Daar was de vrouw van de dominee erg blij mee geweest want zo breed hadden ze het niet. Daarop antwoordde de andere vrouw dat zij dat dan ook eens zou gaan doen want dit was de eerste dominee die toonde dat hij midden tussen de plaatselijke bevolking wilde staan en leven en daarom verdiende hij het wel dat de bevolking het gezin zou ondersteunen……..mooi toch ?

Als we even naar buiten lopen en ons daar tussen de mensen begeven horen we ineens het getoeter van een auto. We kijken en zien een oude terreinwagen langs de kerk rijden. Een man in jagersuniform zit aan het stuur en zwaait naar de menigte. Janosz vertelt ons dat dat de burgemeester van de omliggende dorpen is. Er wordt iets heen en weer geroepen en dan draait de terreinwagen en komt naar ons toe. Uit de wagen stappen de burgemeester en nog 3 andere personen in jagerskleding, naar later blijkt zijn dit gastjagers uit Hongarije.

Er wordt even gepraat en het onvermijdelijke glaasje palinka (sterke, zelfgebrouwen soort jenever) komt er ook aan te pas. De burgemeester lust zo te zien dat spul wel. Hans bekijkt zich dat eens en vraagt vervolgens aan de man of hij “herr Bürgermeister” is of “herr Jägermeister” waarop de man in schaterlachen uitbarst. Hij kan de grap wel waarderen.

 

wpf652eaec.jpg